Is er over 10 jaar nog steeds zoveel uienteelt mogelijk?
Kees Timmers, bio-teler in Engwierum
"De biologische uienteelt zal over 10 jaar zeker nog bestaan in Nederland. Aan de basis moet een ruime vruchtwisseling liggen met veel groenbemesters. Wat mij betreft hoeft dat niet perse gras-klaver te zijn, al zijn vlinderbloemige gewassen ideaal vanwege stikstofbinding. Hier moet toch echt de focus op komen te liggen om een goede opbrengst en daarbij horende kwaliteit te behalen. Ook met de mechanisatie is nog een slag te maken. Met groot succes zijn we overgestapt van een asrooier naar een schijvenrooier. Hierdoor hebben we vele malen minder rooibeschadiging en verhogen we dus onze kwaliteit."
Kees van Dalen, uienteler in Tholen
"Als we ketenbreed de kwaliteit kunnen behouden, is het volgens mij mogelijk om het huidige areaal te blijven telen. We zijn met de uien voor het grootste deel afhankelijk van de export, waardoor het van belang is dat er niet te hoge en te lage prijzen zijn in de markt. Bij hoge prijzen zijn er minder landen die onze uien willen kopen en bij te lage prijzen wordt er door telers niets verdiend aan de uien. Met een prijs in de middenmoot behoud je voldoende afzetmogelijkheden, wordt er nog wat verdiend en blijft het interessant om uien te telen."
Kees Kloosterman, loonwerker in Lewedorp
"De Nederlandse uiensector zit goed in elkaar. De flinke sorteercapaciteit en efficiency zorgen er voor dat de uien overal ter wereld verkocht kunnen worden. Een voorwaarde is wel dat de kwaliteit van de uien goed is en dat we geen uien met koprot meer leveren. Dit gaat ten koste van onze naam. Als we onze goede naam houden, dan telen we over 10 jaar nog net zoveel uien als nu."
Kees Claassen, gewasbeschermingsadviseur bij Heyboer
"Ja, dat is mogelijk. Ik denk alleen dat de teelt nooit boven de 25.000 hectare uit zal komen. Met het areaal uien zijn we de afgelopen jaren gegroeid naar 22.000 - 23.000 hectare, maar met de vruchtwisselingen is dit zeker in mijn gebied toch echt wel het maximum. Iedereen wil graag een goed product afleveren zonder al te veel tarra. De laatste drie jaar deed koprot flink veel schade aan de markt. Ook hebben we steeds meer te maken met grondgebonden problemen. De fusarium of witrot is vaak jaren later terug te vinden op de percelen. Daarom ook zie je de bredere vruchtwisseling. De ondernemer gaat steeds meer kijken naar alternatieven (andere gewassen) en naar wat hij nog aan zijn grond kan doen om deze gezonder te maken, bijvoorbeeld door compost of andere humusrijke stoffen terug te geven aan het land."
Cees van Leeuwen, teler in Zeewolde
"Ja, ik denk dat er over 10 jaar nog net zoveel uienteelt mogelijk is in Nederland. Het is voor mij als teler dan wel van belang om een ruime vruchtwisseling aan te houden om een goede ui te kunnen leveren. Ook de juiste bemesting en gewasbescherming zijn daarvoor noodzakelijk. De Nederlandse overheid moet dan echter niet te veel beperkingen gaan opleggen. Ook voor leveranciers van uienzaad ligt er een uitdaging: er zal meer behoefte zijn aan uienrassen die resistent zijn voor bijvoorbeeld fusarium. De afgelopen jaren hebben we al heel wat weerextremen meegemaakt. Of de voorspelling klopt dat we daar steeds meer mee te maken gaan krijgen, weet ik niet. Maar ik denk dat ook een vroeg te oogsten en lang bewaarbaar uienras er voor kan zorgen dat er toekomst is voor de uienteelt."
Kees Bakker, inkoper bij Monie in Nieuwdorp
"Ik voorzie de komende jaren een verschuiving in teeltgebieden. Er gaan steeds meer uien geteeld worden in "verse" gebieden zoals bijvoorbeeld in Limburg. In de oudere gebieden, waar intensief uien zijn geteeld, zie je steeds meer problemen ontstaan, zoals het optreden van fusarium. Ik denk dat een aantal telers noodgedwongen zal stoppen, ondanks dat ze er alles aan doen om kwalitatief goede uien te telen. De sector zit als geheel goed in elkaar. We zijn steeds op zoek naar nieuwe markten. De Russische boycot heeft ons hierin nog eens extra gemotiveerd. Om de afzet te waarborgen, hechten wij bij Monie bovendien veel waarde aan GLOBALG.A.P.-certificering."
Bron: Uienmagazine De Groot en Slot