Op 3 december hield een delegatie van de Europese knoflooksector een vergadering met vertegenwoordigers van de Europese Commissie. Onder de delegatie waren leden van Spanje (Het Nationaal Knoflookbureau en ANPCA), Frankrijk (ANI'AIL) en Italië. De Europese Commissie werd vertegenwoordigd door Jens Schaps, hoofd van het Directoraat C - OCM Única voor Economische en Landbouwmarktanalyse; Bruno Buffaria en Alex de Mul, van de Unit voor Algemene Aspecten van de Landbouwmarkten; Leandro Mas-Pons van de Unit voor Fruit en Groenten en Doris Fisch, hoofd van de Knoflookmarkt.
De vergadering werd gehouden op verzoek van de sector en had als onderwerp de voorgestelde afschaffing van de B-certificaten, die nodig zijn om knoflook te importeren buiten de bestaande tariefquota van de EU. Professionals in de Europese knoflooksector zijn hier tegen, omdat de praktijk uitwijst dat de certificaten een effectief systeem vormen om fraude tegen te gaan. Ze vinden dat dit systeem in stand moet worden gehouden, op zijn minst totdat een nieuw betrouwbaar systeem in werking kan worden gesteld.
De Commissie is zich bewust van de problemen rondom het importeren van knoflook en van de verschillende vormen van fraude (onjuiste informatie over het product, afkomst, etc.) en benadrukt dat de zaak onder de verantwoordelijkheid valt van de douaneautoriteiten. Communicatie met het Anti-Fraudebureau (OLAF) is volgens de Commissie essentieel in gevallen waarin afwijkingen worden opgemerkt. De Commissie geeft toe dat dit niet altijd gebeurt.
In het kader van "simplificering" dat ondernomen wordt door de Commissie en de revisie van Verordening 376/2008, waarvan gepland is dat deze vroeg in 2016 van kracht zal zijn, wordt verwacht dat alle export- en importlicenties worden afgeschaft en worden vervangen door een dagelijkse douanecontrole. Volgens de Europese Commissie zou dit systeem betrouwbaarder zijn. Professionals uit de knoflooksector opperden dat terwijl de validiteit en de effectiviteit van het nieuwe systeem wordt getest, de huidige licenties nog tijdelijk van kracht moeten blijven. De Commissie antwoordde hierop dat dit niet in de planning lag, maar dat dit overwogen zou worden. Er zou dan mogelijk sprake kunnen zijn van uitzonderingen zoals gepland is voor de suikersector in 2017. De Commissie vroeg de knoflooksector om een voorstel met betrekking tot deze zaak.
Na de vergadering hebben sommige media gemeld dat "de Europese knoflooksector in staat is geweest de afschaffing van de B-licenties te beletten." De media meldden ook dat er sprake was van een overeenkomst tussen de Commissie en de sector om de B-licenties voor de import van knoflook aan te houden. "Het Nationaal Knoflookbureau uitte zijn tevredenheid over de resultaten van de vergadering; resultaten die ze eigenlijk niet hadden verwacht." Het bureau zei dat het nog voorbarig was om te zeggen dat de kwestie afgehandeld was en dat de afschaffing van B-licenties tijdelijk van de baan zou zijn. Om zo ver te komen zou eerst nog de overeenkomst geformaliseerd moeten worden in de betreffende statutionaire provisie. Ook is het dan nodig dat de dagelijkse controlemiddelen moeten beginnen in werking te gaan, samen met de overeenkomende training en specialisering van de douanebeambten die hiervoor verantwoordelijk zijn.
De Europese knoflooktelers en expediteurs claimen dat, naast de verliezen aan het EU-budget die veroorzaakt zouden worden door de afschaffing van de B-licentie voor de import van knoflook, de smokkel van voedsel ook een extra bedreiging kan zijn voor de volksgezondheid. China is volgens functionarissen voor voedselveiligheid het land met het grootste aantal waarschuwingen wegens de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen, zware metalen en dioxines. Door zulke producten van controles uit te sluiten, wordt de gezondheid van Europese consumenten in gevaar gebracht.