Moeizame tijden Argentijnse uientelers

"De ui is ijzig / gesloten en slecht: / vorst van je dagen / en van mijn nachten. Honger en ui: / zwart ijs en vorst / groot en rond."
Miguel Hernandez schreef dit gedicht 80 jaar geleden in de gevangenis waar hij door Franco was opgesloten. Daar las hij een brief van zijn vrouw, waarin stond dat zij alleen maar brood en uien had om zijn zoontje te kunnen geven.
 
Vandaag de dag heeft de rampspoed toegeslagen op de velden ten zuiden van Buenos Aires. De ui, een product dat in de afgelopen 15 jaar in het zuidelijke deel van de regio Villarino en het noorden van de Patagonische regio werk verschafte aan 6.000 mensen, en indirect aan nog eens 18.000, ligt in stapels te rotten of gaat ondergronds kapot zonder zelfs te worden geoogst door een gebrek aan een afzetmarkt en een winstmarge.
 
Dit zijn slechte tijden voor de telers in de regio. "Ongeveer 230.000 ton werd vier jaar geleden naar Brazilië uitgevoerd, een historische hoeveelheid. Dit jaar was het nauwelijks 22.000 ton," zegt Ademar Ibarra, een Boliviaanse teler die al meer dan 25 jaar in Pedro Luro woont. Hij pacht enkele velden met zijn broers om hun kleine familiebedrijven te ontwikkelen.
 
Hij weet alles over gemaakte fouten en pure pech. Hij maakte samen met zijn vader 40 jaar geleden de suikerrietcrisis in Jujuy mee. Vorst beschadigde twee opeenvolgende oogsten in de wijngaarden van Mendoza in de jaren ´80. Hij zag ongeveer 15 jaar geleden, in de omgeving van de Colorado-rivier, de knoflookproductie teloorgaan. En hij had te maken met aardappeloogsten die plotseling aangetast bleken te zijn.
 
"Maar elke keer komt de klap weer harder aan en inmiddels weten we niet meer wat we moeten doen. Met alles op de akker en niets wat we kunnen verkopen, hebben we geen uitweg meer. Ik ben op zoek naar ander werk om niet ten onder te gaan en in de tussentijd doe ik wat ik maar kan," zegt hij.
 
Zijn 20-jarige dochter studeert Business Administration aan de Universidad del Sur in Bahia Blanca en twee andere kinderen, 16 en 14 jaar oud, zitten op de middelbare school in Luro. "Zij wanhopen ook wanneer ze zien dat er nauwelijks genoeg is om van te leven."
 
Het is het tweede opeenvolgende jaar dat de productie niet verkoopt of alleen maar in kleine hoeveelheden. Maar verbeten blijft Ademar het steeds maar weer proberen. "Zelfs al is het maar één hectare, planten zullen we"', zegt hij, terwijl hij overpeinst wat er met resterende acht hectare moet gebeuren die hij samen met twee van zijn vier broers pacht.
Vorig jaar moest hij een tweedehands auto verkopen om te kunnen planten. Een 22 jaar oude pickuptruck bleef over voor de drie gezinnen die het land bewerken.
 
"Elke hectare kost ons ongeveer 50.000 peso (2.450 euro) aan investeringen." Hij heeft geen idee hoe hij die terug moet verdienen. Hij hoopt dat de verkoop weer zal stijgen en dat de staat zal helpen. Maar de vooruitzichten zijn slecht en daarom waarschuwt hij dat er volgende maand een protestactie georganiseerd gaat worden. Er worden veel deelnemers verwacht. "Er zullen duizenden telers zijn uit Ascasubi, Buratovich, Villalonga, Pedro Luro en Pradere. We zullen folders verspreiden en de wegen versperren, zodat ons protest wordt gehoord."
 
Brazilië koopt niet en Argentinië importeert
Carlos Bevilacqua, administrateur uit Villarino, zoekt een verklaring voor de crisis die de sector beïnvloedt. "Brazilië is zelfvoorzienend en importeert uit Nederland tegen veel lagere prijzen," zegt hij.

Ademar zelf, als teler, herinnert zich een recent gesprek waarin een klant hem vertelde dat het transport van een zak van 20 kilo vanuit Luro naar Sao Paulo 5 à 6 dollar kostte (4 à 5 euro), en vanuit Holland of Spanje slechts 0,90 dollar (0,76 euro). Zowel de nationale regering als de provinciale overheid dringen, gezien de nijpende situatie, aan op diversificatie. Minister Ricardo Buryaile benadrukte dit met klem. "Ze stelden voor dat we linzen of erwten zouden gaan telen. Nu hebben ze voorgesteld om aardappelen of wortelen te planten, maar we bevinden ons al jaren in deze situatie en kunnen niet blijven wisselen," aldus Ibarra.
 
Bevilacqua is optimistisch. "We verwachten dat we door middel van het rapport dat we gaan presenteren beslissingen kunnen nemen over wat er gezaaid kan worden en over veranderingen die er in het Corfo-gebied kunnen worden gemaakt." Hij meldt dat er ook een evaluatie van de sociale toestand plaatsvindt met het regionale bestuur Patagones, omdat "er hulpverlening nodig is van zowel de regionale als nationale overheid."
 
Ondertussen heeft Fabio Betinelli, gemeentelijke afgevaardigde in Villalonga, gezegd dat deze plaats "ongeveer zesduizend inwoners heeft, maar er in het uienseizoen twee- of drieduizend mensen van buitenaf komen om te oogsten." De ambtenaar zei op radiozender Viedma dat "we niet meer hebben gedaan dan nodig was (om de crisis te verlichten). Er wordt gevraagd om iets meer hulp, maar niet veel." Desalniettemin verklaarde hij dat "het een erg slecht jaar voor de uien was, maar er geen sociale problemen zijn in Villalonga.".
 
 
Bron: rionegro.com.ar

Publicatiedatum :


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© UienNieuws.nl 2018