Gewascontrole in 2e jaars plantuien uitvoeren

Ontwikkeling larven tabakstrips in uien van start

Van het afgelopen seizoen hebben we geleerd dat neerslag, gewasontwikkeling en temperatuur drie cruciale factoren zijn voor de opbouw van de tripspopulatie. 

Neerslag
Uiteraard zijn er lokaal grote verschillen. In vergelijking met afgelopen teeltseizoen is er vanaf januari in bijvoorbeeld Zeeland rond de 70 mm water meer gevallen. We hebben ook een nattere en koudere winter achter de rug ten opzichte van vorig jaar. Deze gegevens pleiten voor een wat tragere ontwikkeling van trips. Uiteindelijk zal vooral de neerslag in juni – in combinatie met temperatuur – bepalend zijn voor de ontwikkeling van Thrips tabaci.

Gewasgroei
Ook hier lokaal grote verschillen, maar gemiddeld genomen groeien de gewassen op dit moment erg snel. Een vlotte gewasgroei is gunstig in het beperken van de gevolgen van tripsschade. 

Temperatuur
De factor temperatuur is op dit moment een zorgelijke. We lopen in heel Nederland qua temperatuur vóór op het toch al warme 2017. De ontwikkeling van trips is weer te geven aan de hand van een graaddagenmodel. Bij een bereikte temperatuursom van 95,4 graaddagen (som van gemiddelde etmaaltemperatuur > 11,5 °C) zijn de door de volwassen vrouwtjes afgezette eieren uitgekomen en worden de larven actief. Deze larven zijn veroorzakers van de meeste schade. 

In de onderstaande grafiek is af te lezen dat voor het gebied Oostelijk Flevoland de temperatuursom voor larven op 13 mei is bereikt. Voor de Noordoostpolder was dat 15 mei het geval en voor Zeeland zal de grens van 95 graden op 17 mei overschreden worden.



Advies tweedejaars plantuien:
Voer gewascontrole uit waarbij ook goed in de schacht van de plant gekeken wordt. Bij waarnemen van trips larven (wit/gele kleur) in uw eigen gewas of melding van aanwezigheid trips in uw regio een solo bespuiting uitvoeren met 0,5 l/ha Movento in 400 l/ha. Kies hierbij voor een moment met goede opname omstandigheden. Treft u volwassen trips aan (donkere kleur) spuit dan met een contactmiddel bij donker weer. Flipper (dosering 4 l/ha in 400 l/ha) heeft als contactmiddel het voordeel dat nuttige insecten gespaard worden.

Advies zaaiuien:
Naar verwachting zijn de meeste zaaiuien op dit moment nog te klein - en daarmee onaantrekkelijk - voor trips om zich in te vestigen. Voer vanaf drie à vier pijpjes gewascontrole uit.

Bron: BayerCropScience

Publicatiedatum :


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© UienNieuws.nl 2018