Agrifirm

Akkerbouwer Willem Voncken experimenteert met pindateelt in Limburg

Het akkerbouwbedrijf van de familie Voncken ligt midden in het Limburgse dorp Trintelen. Vanuit het keukenraam kijken ze uit op het heuvelachtige landschap, met aan de horizon het drielandenpunt. Als ondernemer vindt Willem het belangrijk om altijd te blijven innoveren: “Deel ieder jaar 5 procent van je bedrijf anders in. Doe niet wat je pa al vijftig jaar deed, tijden veranderen dus zorg dat je mee kan met de tijd.” Twee jaar geleden is Voncken een proef met pindateelt gestart. Samen met zijn ouders teelt Willem aardappelen, uien, suikerbieten, tarwe, gerst, mais, soja en veldbonen. Daarnaast hebben ze 10 hectare grond in natuurbeheer. 

Hoe kwam je op het idee om pinda’s te telen in Nederland?
“Heel eerlijk: geen idee. Ik kwam het gewas tegen op internet en ik dacht, waarom niet? Ik zag wel wat in de uitdaging. Het klimaat is hier namelijk niet direct geschikt voor dit gewas omdat de zomers niet lang genoeg zijn. Maar wie weet, mais was ook ooit een tropisch gewas.”
En, hoe bevalt de proef met pinda’s? “Het is inderdaad lastig om de pinda’s goed te laten groeien, doordat het in de herfst al snel te nat is. Vorig jaar hebben we 2.000 planten in de grond gestopt waarvan we er maar 20 konden oogsten. De pinda’s die we oogstten smaakten goed, maar er valt nog een hoop te verbeteren. Er is nog helemaal niets voor de pindateelt in Nederland: geen kennis, geen machines. Via mijn Nuffield Scholarship ben ik nu wel in contact met buitenlandse boeren die ervaring hebben met pinda’s. Hopelijk kunnen zij mij verder helpen.”
 
Je noemt het Nuffield Scholarship, wat is dat?
“Het Nuffield Scholarship is een programma van 18 maanden waarin je enkele weken over de wereld reist om kennis te delen met buitenlandse collega’s die ook Nuffield Scholar zijn. Aan de hand van een onderzoeksvraag kunnen Scholars in andere landen je helpen door jou te linken aan hun netwerk en omgekeerd hetzelfde. Het doel van het scholarship is om voorlopers in de sector een extra duwtje in de rug te geven om de hele sector naar een hoger niveau te brengen.”

Wat wilde jij graag leren tijdens je reis?
“De vraag die ik mezelf stelde was ‘Wat telen we in de toekomst in Nederland?’. Vandaar ook mijn proef met pinda’s. Maar tijdens mijn reis ben ik door een ander vraagstuk gefascineerd geraakt. Overal waar we kwamen werd namelijk over hetzelfde probleem gepraat: vergrijzing in de  landbouwsector. Overal ter wereld nemen steeds minder jongeren de boerderij over. Gelukkig is er binnen het scholarship de kans om je vraag bij te stellen. Ik bekijk nu waarom je wel of geen boer wil worden. Wat zijn de grootste obstakels.”

Wat denk je dat de redenen van vergrijzing in de sector zijn?
“We zitten tegenwoordig met grote uitdagingen, regelgeving die niet altijd meewerkt, druk op de prijzen en nog veel meer. Dit werkt niet mee om jongeren enthousiast te krijgen. Wat mij is opgevallen tijdens de reizen, maar ook in Nederland, is dat boeren geneigd zijn te veel de negatieve kanten van het beroep uit te dragen. Terwijl er zoveel meer positieve kanten aan ons beroep zitten. Wanneer jij als zoon of dochter je ouders veel hoort klagen werkt dat niet motiverend. Het begint dus bij onszelf. Wanneer we de mooie dingen van ons beroep belichten krijgen we de jongeren ook enthousiaster. Iedere beroepsgroep heeft zo zijn problemen, maar we zijn als boeren toch ondernemers, in staat om er het beste uit te halen en er het mooiste van te maken?”

Hoe was dat bij jou? Want jij hebt als jongere wel besloten boer te worden.
Lachend: “Bij mij was het al bekend dat ik boer wilde worden vanaf het moment dat ik kon praten. Ik heb nooit getwijfeld om een ander beroep te kiezen. Ik ben op mijn achttiende het bedrijf  ingestapt, wat redelijk jong is voor deze tijd. Ik vind boeren een prachtig beroep. Je bent afhankelijk van het weer, dat kan je frustreren. Maar niet weten of je volgende week het veld in kan, letterlijk overgeleverd zijn aan de natuur, dat ervaar ik zelf als ultieme vrijheid. Geen 8 tot 5 structuur maar werken wanneer de natuur het toelaat.”

Je hebt tijdens je reis veel mensen gesproken. Wat blijft je bij?
“In Japan kwamen we op een boerderij, waar op het eerste oog niets van klopte. We zagen een stal met twee melkrobots, daarnaast een stal waar nog in de melkput werd gemolken, en daarnaast nog een stal waar de koeien met de hand werden gemolken. Op het erf stond een enorme Fendt, met een heel klein maaiertje erachter. We zeiden tegen elkaar: ‘Deze boer snapt er niets van. Koeien aan de ketting melken en de grootste trekker hebben.’ Het was makkelijk om zo snel te oordelen, maar je kent de achtergrond niet. Als het doel van deze boer was om er alles aan te doen om ooit die grote trekker te kunnen kopen is hij een goede ondernemer, want zijn doel was bereikt. Dit voorbeeld liet me zien dat iedere ondernemer zijn eigen doelen nastreeft."
 
Wat is de belangrijkste les die je hieruit meeneemt in je eigen bedrijf?
“Een van de boeren met wie ik op reis was zei: ‘De definitie van gek zijn, dat zijn eigenlijk boeren. We herhalen ieder jaar dezelfde formule, maar hopen wel dat de uitkomst beter is.’ Je kan niet jaar op jaar hetzelfde gewas telen, niks veranderen, maar wel hopen dat de prijs beter wordt. Als je zelf de formule van je bedrijf niet verandert, gaat de uitkomst ook niet veranderen. Daarom wil ik elk jaar een deel van mijn bedrijfsvoering anders doen. Het is daarvoor belangrijk om je doelen voor je bedrijf helder te hebben en te weten waar je naartoe wilt. Dit is natuurlijk voor iedereen anders, maar zorg er dan ook voor dat je je eigen idealen nastreeft en niet die van de buurman.”

Bron: Agrifirm


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© UienNieuws.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven