Teler zelf bepaalt rendement van bewaring

Het rendement van bewaring van aardappelen wordt bepaald door de kosten voor energie en kiemremming én de (onnodige) bewaarverliezen. De teler heeft dat grotendeels zelf in de hand. In dit artikel geeft Tolsma-Grisnich een aantal tips om het bewaarrendement van aardappelen voor de lange bewaring te maximaliseren.

Drogen en wondhelen bij de juiste temperatuur
De oogstomstandigheden en de eventuele aanwezigheid van holle of rotte knollen bepalen hoe intensief er de eerste weken na inschuren gedroogd moet worden. Deze fase van de bewaring heeft grote invloed op het uiteindelijke bewaarresultaat. De inzet moet zijn om te voorkomen dat schimmels en bacteriën gezonde aardappelen aantasten. Gelijktijdig moet de wondheling plaatsvinden. Bij een goede wondheling zal het vochtverlies tijdens de bewaring lager zijn. Het vochtverlies door beschadigingen aan de schil is tot wel 300 keer hoger dan bij een goed afgerijpte (of gewondheelde) schil!

De wondheling verloopt sneller bij een hogere temperatuur en r.v. (>80%) en een laag CO2-gehalte. Dus wanneer product koud (<12°C) binnenkomt, geldt het advies om het product met een kachel op te warmen tot ± 15°C.  Een ander voordeel hiervan is dat bij hogere buitentemperaturen er ook nog met buitenlucht geventileerd kan worden om, als dat wenselijk is, nog wat na te drogen.

Kort maar krachtig koelen (niet te koud)
Kortdurend koelen met buitenlucht met een groter temperatuurverschil (tot 3°C bij aardappelen) zorgt ervoor dat er korter met buitenlucht geventileerd wordt en sneller ingekoeld wordt. Dit voorkomt onnodig gewichtsverlies door extern ventileren.

Uit bovenstaand voorbeeld blijkt dat de buitenlucht van 12°C en 10°C ongeveer hetzelfde vochtverschil hebben met de aardappels. Maar het koelend vermogen van de koudere lucht is 8,1 – 5,8 = 2,3 kJ/kg = 40% groter! Dus met 40% korter ventileren én uitdrogen wordt de gewenste temperatuur bereikt.

Dit geldt echter niet voor partijen met rot, want dan is het beter om met een kleiner temperatuurverschil te werken. Het koelen duurt dan langer waardoor er ook langer gedroogd wordt zodat het vocht uit lekkende knollen dan beter afgevoerd wordt.

Bewaartemperatuur
Snel inkoelen naar de optimale bewaartemperatuur, zorgt voor een lagere ademhalingssnelheid. Er wordt dan minder zetmeel omgezet in suikers wat gebruikt wordt voor de onderhoudsademhaling van de knollen. Dit draagt ook bij aan het beperken van het gewichtsverlies. Echter, de bijdrage hiervan aan het totaal is kleiner dan door vochtverlies bij onjuist ventileren. Wat vooral belangrijk is, is dat de bewaartemperatuur constant is en afgestemd op het ras. Hoe constanter de bewaartemperatuur, hoe minder kiemlustig de aardappelen zijn. Want temperatuurwisselingen en condensatievocht stimuleren de kiemvorming.

Hier hoort ook bij dat bij wisselende buitentemperaturen scherp gelet wordt op instellingen die bepalen wanneer de bewaring start met externe ventilatie (buitentemperatuur t.o.v. producttemperatuur). Door die instelling wat te verkleinen wordt er net even eerder gestart met koelen waardoor de temperatuurschommelingen in het product beperkt blijven. De Vision Control kan dit trouwens ook automatisch uitvoeren met de module Weer in Control.

Mechanische koeling
Met een mechanische koeling is het constant houden van de bewaartemperatuur geen probleem. Het resulteert vaak wel in een hoge energierekening. Ventileren en koelen met buitenlucht kost altijd minder energie dan wanneer de compressor aan de slag moet. Het voordeel van mechanische koeling is wel een lager gewichtsverlies. Bij de lange bewaring tot in de zomer kan dit oplopen tot wel 3% minder gewichtsverlies. Netto blijft er dus meer verkoopbaar product over.

Het energieverbruik van de koeling beperken kan door de klimaatcomputer zo in te stellen dat deze overdag niet te veel op de producttemperatuur gaat koelen. De installatie kan dan tijdens de nacht efficiënter koelen. Dat bespaart energie. Wordt energie opgewekt door zonnepanelen op het bedrijf, kan de situatie ook andersom zijn zodat overdag koelen wél een besparing oplevert.

Kiemremming
De nieuwe kiemremmingsmiddelen voor consumptieaardappelen zijn een behoorlijke kostenpost in de lange bewaring. Het effect van het toedienen moet dus zo hoog mogelijk zijn. De toediening van de nieuwe generatie kiemremmers vereist dat het product, de ruimte en de koelinstallatie droog moeten zijn (geen condenswater) en de juiste luchtcirculatie (gereduceerd toerental) toegepast wordt. Het middel wordt dan goed verdeeld. Houd de ruimte na de behandeling 1 tot 2 dagen gesloten en ventileer af en toe kort intern. Zet de koeling even uit om te voorkomen dat er condensvorming ontstaat waardoor het middel kan neerslaan en mogelijk toegepaste materialen in de bewaring beschadigd.

Let goed op het verloop van de kiemvorming. Dat bepaalt namelijk bij middelen die kiemen afbranden het moment van de volgende behandeling. Een strakke en vlakke bewaartemperatuur zonder condensvorming is daarbij de basis. Voldoende (en niet te veel) CO2 verversen gebaseerd op meetwaarden van de CO2-meter zorgt voor behoud van bakkwaliteit en verlengt­­­­ de duurwerking van de kiemremmer. Een succesvolle toepassing van kiemremmers is dit jaar meer dan ooit de basis voor een hoog bewaarrendement.

Bron: Tolsma-Grisnich


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven