Harry Oldenziel:

"Zaaiuien is een uitdagende teelt met veel actie"

Harry Oldenziel in Finsterwolde (Gr.) heeft sinds twee jaar zaaiuien in zijn bouwplan. "Het is een uitdagende teelt die veel actie met zich meebrengt, maar soms toch ook wel wat extra zorgen’’, zo vertelt de Groninger. Na een start met zes hectare in 2020 (en 11 hectare in 2021) wil hij komend seizoen doorgroeien naar zo’n 15 hectare. "En dan ga ik ook eens een stukje rode uien proberen."

‘Deze teelt laat ik voorlopig niet meer los’
"Kijk, hier hebben de uien gelegen", zegt Harry Oldenziel terwijl hij de deur van de schuur opentrekt. "Ze zijn net voor de Kerst weggegaan. Voor iets meer dan 10 cent per kilo. Dat is flink minder dan het eerste jaar, maar goed, je kunt ze er wel voor telen." We staan in de stro-opslagloods die de afgelopen twee jaar deels als voorlopige bewaarplaats voor uien heeft gediend. Her en der ligt nog een verloren ui op de grond, voor de rest zijn het vooral grote strobalen die het zicht bepalen. "Ja, de tarweteelt is en blijft de basis van de akkerbouw in dit gebied. Al zie je wel steeds meer collega’s die ruimte maken voor een paar hectare uien. Het zorgt voor wat extra vruchtwisseling en je hebt ook wat meer mogelijkheden om duist te bestrijden. Maar het belangrijkste is misschien wel dat het extra uitdaging biedt. Vooral de jongere generatie boeren pakt het nu op; die willen wel wat meer dan alleen graan telen."


Harry Oldenziel heeft samen met zijn oom Derk Jans een akkerbouwbedrijf in Finsterwolde (Gr.). Op 260 hectare zware klei verbouwen ze wintertarwe (ca. 185 ha), suikerbieten (50 ha) en zaaiuien (11 ha). Het overige deel (ca. 15 ha) wordt ingevuld met luzerne en verhuur als pootaardappelland.

Bedden op twee meter
Oldenziel’s eerste stap in de uienteelt was de oriëntatie op het teeltsysteem. Hij koos uiteindelijk voor twee meter brede bedden, omdat die het beste aansluiten met de bestaande spoorbreedte voor de andere teelten op het bedrijf (tarwe, bieten). Verder werd er samen met zijn zwager – die ook met uien is gestart - een tweedehands uienlader en een inschuurlijn aangeschaft. Het rooien wordt uitbesteed aan een gespecialiseerd loonbedrijf.

Voor de teeltbegeleiding is Klaas de Boer van Pars Granen in de arm genomen. "Zo iemand met ervaring in de uienteelt heb je echt wel nodig. Het luistert toch allemaal wat nauwer dan in de granen. Een dag later spuiten tegen ziekten of onkruiden is in tarwe vaak niet zo’n probleem, maar in uien kun je daardoor het hele seizoen achter de feiten aan moeten lopen", zo weet de akkerbouwer. 

2020: veel leermomenten
Het eerste teeltjaar, 2020, was er meteen één met veel leermoment, zo blikt Oldenziel terug. Vanwege het kurkdroge voorjaar viel de opkomst behoorlijk tegen. "Op een gegeven moment konden we het niet meer aanzien en hebben een loonwerker ingeschakeld om te komen beregenen; dat was op ons bedrijf nog nooit eerder gebeurd! Later in het seizoen hebben we samen met een neef zelf maar een haspel aangeschaft – ook om de bieten weer een beetje op gang te krijgen. Achteraf hadden we eerder en intensiever moeten beregenen, met name in de uien. Hoewel we met 75 ton netto beslist geen slechte oogst hadden, denk ik dat we hierdoor toch wat opbrengst hebben laten liggen."

Behalve leermoment die geld hebben gekost, waren er ook positieve leermomenten. Zoals de goede kwaliteit van het oppervlaktewater (‘dat was minder zout dan we verwacht hadden’) en de lage tripsdruk in het gebied. "We hebben alleen wat last gehad van graantrips. Maar die vermeerdert zich gelukkig niet op de uien. Daardoor hebben we alleen wat lichte zuigschade gezien", aldus Oldenziel.

Hoewel het aanvankelijk de bedoeling was om de eerste oogst afland te verkopen, zijn er op het laatste moment ventilatiekokers gekocht en is het grootste deel de opslagplaats beland. "De marktvooruitzichten waren goed en dan moet je daar ook op anticiperen, vind ik. Uiteindelijk hebben we de uien voor 15 cent per kilo verkocht. Dat was achteraf bezien geen topprijs, maar wel beter dan de aflandprijs.’’ De jonge akkerbouwer erkent dat hij nog wel wat moet wennen aan de sterke prijsschommelingen in de markt. ,,De markt voor uien kan razendsnel veranderen; veel sneller dan die van tarwe. En ik vind het lastig om er een lijn in te ontdekken. Je moet je er dus veel meer bovenop zitten en ook snel kunnen beslissen."

2021: nauwelijks ziekten en plagen
Afgelopen jaar breidde Oldenziel het uienareaal uit naar 11 hectare. En hij zaaide al heel vroeg: begin maart. "De omstandigheden waren goed, dus dan moet je ook gewoon durven gáán. Helaas zijn de uien vanwege de kou erg lang onderweg geweest, en heeft de vroege zaai nauwelijks iets extra’s opgeleverd", zo blikt hij terug. Het vervolg van het seizoen verliep zonder grote problemen, al was er wel wat zorg over het slagen van de onkruidbestrijding en de hoge ziektedruk. "Terugkijkend zijn we er in het Noorden behoorlijk goed vanaf gekomen. Valse meeldauw heb ik hier niet gezien. Deels omdat hier vrij weinig uien worden geteeld, maar misschien ook omdat we er toch redelijk straf tegen hebben gespoten. En ook andere ziekten en plagen hebben hier niet of nauwelijks gespeeld."

Met een gemiddelde netto opbrengst van 72 ton per hectare is Oldenziel tevreden, temeer hij het idee heeft dat hij ‘de grote lijnen’ van de teelt al aardig in de smiezen heeft. "Met uien in het bouwplan moet je voortdurend scherp zijn. Op de groei van het gewas, op de weersomstandigheden, eigenlijk op alles. Ook vraagt het meer planning en organisatie, vooral rondom de oogst. Bij ons valt deze deels samen met tarwe zaaien en soms ook met de bietenoogst. Daar komt bij dat we minimaal vier personen nodig hebben voor het laden en inschuren."

2022: door naar 15 hectare
Komend seizoen wordt de uienteelt opnieuw wat verder opgeschaald, naar ca. 15 hectare. Ook wil Oldenziel voor ’t eerst een paar hectare rode uien zaaien. "Dat is deels ingegeven door de goede prijzen die er nu betaald worden, maar ook om weer eens wat nieuws te proberen.’’ Ook denkt de jonge akkerbouwer al na over de bouw van een bewaarplaats voor uien. "Daarmee creëren we niet alleen veel meer ruimte om onze uien te verkopen, maar ben je ook nog meer allround met de teelt bezig."

Hoewel de tarweteelt met ruim 185 hectare nog steeds ‘corebusiness’ is voor het bedrijf, lijkt de uienteelt een blijvertje te worden. "Een aantal vrienden zijn ook aan de uienteelt begonnen en we hebben samen al een uienstudieclub opgericht. Ook dat motiveert heel erg om ermee door te gaan. Nee, deze teelt laat ik voorlopig niet meer los", zo besluit hij dan ook met een lach.

Bron: Bron: Akkerbouw koerier, Bayer CropScience  


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven