Exporteurs over de uienexport en de impact van de stijgende vrachtprijzen

"Ieder jaar is weer anders, je kunt gewoon geen 5-jaren prognose maken"

In 2020 kostte het ongeveer € 2.100 om een container uien naar Senegal te verschepen. Het voorbije seizoen legden de exporteurs daar € 3.500 voor op tafel. En wie straks uien wil importeren uit Nieuw-Zeeland, moet rekening houden met een prijs van ruim €5.200. Dat wordt stilaan een lastig verhaal. Drie bureau-exporteurs maken ons in in een artikel van Primeur wegwijs in de huidige uienhandel.

"Uien verschepen naar West-Afrika is per kilo om en nabij de 5 cent duurder geworden," zegt Gerard Hoekman van Mulder Onions. "Maar met een normale markt heeft dat uiteindelijk niet veel gevolgen voor de export. Je ziet het ook aan de statistieken. We hebben weer ongeveer hetzelfde tonnage gedaan als vorig jaar. De zeevracht was iets duurder, maar de uienprijs lag iets lager. Op het niveau waar wij ons meestal met onze prijzen bewegen, heeft dat relatief weinig impact." Ook William Nannes van J.P. Beemsterboer Food Traders is die mening toegedaan: "Op zich valt het nog mee. Met 20 cent als baalprijs kunnen we nog wegkomen. Maar zodra het richting het kwartje gaat of eroverheen, dan wordt het heel vervelend. Dan gaat iedereen op zoek naar alternatieven. Al moeten die er natuurlijk ook zijn, wat niet altijd het geval is. Dat hangt af van de tijd van het jaar. Hoe dan ook, de beschikbaarheid van vrachtruimte heeft een grotere remmende werking dan de prijzen op dit moment."


Team Mulder Onions

"Wanneer je nu Maersk Line belt om containers te boeken naar New York, dan krijg je te horen dat de boten naar Amerika het hele jaar volzitten," duidt Dick Hoogesteger van Slot Frans & Co het capaciteitstekort. "Dat geldt zowel voor droge containers als reefers. En die situatie kan zomaar nog weleens tot het einde van het jaar duren. Wat de tarieven betreft, is de prijs voor vracht naar het Verre Oosten flink over de kop gegaan, maar wij zijn niet zo’n grote exporteur naar Zuidoost-Azië. Wij doen meer naar het Caribisch Gebied, Centraal-Amerika en West-Afrika. Vooral naar het Caribisch gebied vallen de gestegen kosten nog enigszins mee. Al die reefercontainers komen gevuld terug en daar beuren ze goed geld voor."

"Rederijen beleven hun hoogtijdagen, al moet gezegd worden dat ze ook wel uit een moeilijke periode komen. Onze piek zit tussen 1 juli en 31 december. Voor die periode sluiten we met de grote rederijen contracten af voor een x-aantal containers. Maar vergis je niet, ook dan is vrachtruimte niet altijd gegarandeerd. Vertragingen zijn aan de orde van de dag en ook Covid-besmettingen op de schepen zijn afgelopen jaar een grote verstoorder geweest," vertelt Dick. Op de totale omzet van de bureau-exporteur heeft de logistieke situatie weinig invloed gehad. "In elk geval tot eind vorig jaar niet. De laatste 2 jaar is onze omzet fors gestegen."

West-Afrika
De bestemming West-Afrika lijkt een zekerheid voor de Nederlandse uien in de eerste seizoenshelft. "Jaarrond telen in West-Afrika is bijna onmogelijk, omdat ze daar te kampen hebben met het regenseizoen," vertelt Gerard. "Dan staat het land onder water. En dat is precies de periode wanneer wij onze uien exporteren. Ze telen er overigens korte dagrassen, die bekend staan om hun beperkte houdbaarheid. Willen ze jaarrond uien, dan zou er een ras moeten worden ontwikkeld dat ook na hun groeiseizoen goed bewaart. Vooralsnog vullen wij gewoon het gat op, want in hun tweede seizoenshelft hebben ze gewoon niks."

Na het verlies van de Russische markt in 2014 zag de Nederlandse uiensector zich genoodzaakt op zoek te gaan naar alternatieve bestemmingen. "Dat is aardig gelukt. Flexibiliteit is een van onze sterke punten. Zo zijn we ook veel meer richting Afrika gaan doen. Dat is overigens een groeiende markt. Er zijn steeds meer monden te voeden en de welvaart stijgt ook. En we zullen het Nieuw-Zeelandse product daar bijvoorbeeld niet gauw tegenkomen. Met het dubbele van onze vrachtprijs is dat gewoon een luxeproduct," zegt Gerard.


Dick Hoogesteger, Slot Frans & Co

Zuidoost-Azië
"In Zuidoost-Azië kan Nieuw-Zeeland natuurlijk wel een gedegen concurrent worden, omdat het ook voor ons duur wordt de uien daar naartoe te verzenden," weet William. "Maar de Filipijnen is wel een jaarlijks terugkerend verhaal," zegt Gerard. "En ook Maleisië, Singapore en Indonesië zien wij ieder jaar de revue passeren. Dat is allemaal vrij constante handel. Zuid-Korea en Japan daarentegen hebben behoorlijk wat eigen teelt; het zijn landen die ook veel exporteren. En als ze interesse hebben in uien, is het in maten die wij bijna niet hebben. Dat zijn typisch 80-plus landen. Die kijken dan snel naar de VS, want wij kunnen de gewenste maat gewoon niet leveren. Spanje kan dat bijvoorbeeld wel, die hebben ook veel grove maten. Maar ze zijn wel korter bewaarbaar dan de onze."

Oost-Europa
Mogelijke concurrentie uit Oost-Europa baart de bureau-exporteurs niet meteen zorgen. "Oekraïne is, afgezien van geopolitieke spanning, heel erg duur, want de oogst is er niet geweldig geweest. Moldavië heeft bijvoorbeeld teelttechnisch en op commercieel gebied nog een hele weg te gaan," zegt Gerard. "En Polen lijkt dit jaar wat minder oogst te hebben, want je merkt dat er nu best veel van ons product heen gaat. Er zijn nog geen cijfers, maar dat zal wel kloppen," weet dan weer William. "Maar in totaal lijken er in Europa wel zo’n 10% meer uien te zijn, dus gaat Nederland in de eindafrekening ook minder uien naar de Europese landen zenden." Volgens Gerard is de sterke Poolse vraag een mooi voorbeeld van de golfbewegingen op de uienmarkt. "En van die golfbewegingen leeft Nederland, want per saldo hebben wij eigenlijk altijd te veel. We kunnen wel stellen dat we een beetje leven van de ellende van een ander."

Import uit Nieuw-Zeeland
"Met nog een berg uien in Europa, zoals onder meer in Nederland, Frankrijk en Duitsland, zitten de supermarkten niet te wachten op het Nieuw-Zeelandse product," stelt Gerard. "En normaal hebben wij begin januari toch wel een duidelijk beeld van wat de supermarkten nodig gaan hebben. Dan hangt daar nog geen prijskaartje aan, maar we weten volumetechnisch toch wel ongeveer wat ze gaan doen. Dat is nu minimaal de helft minder dan andere jaren door de gigantisch dure zeevracht. Ruim € 5.200 per container betekent meer dan 20 cent per kilo. Maar ook energie en kunstmest zijn duurder geworden. Gemiddeld zullen we dus 15 à 20 cent meer moeten maken dan vorig jaar. Daar is een supermarkt natuurlijk niet direct toe bereid." William beaamt: "Als wij hier nog voor 18-19 cent gewoon goeie kwaliteit Nederlands hebben, waarom zou je dan die heel dure spullen binnenhalen?" Als Europa ook de komende jaren minder overzees product nodig heeft, dan dreigt er toch een structureel teeltprobleem in Nieuw-Zeeland, zeker als de uien zo duur blijven. "Wij kopen ze in voor 65 cent per kilo, plus 10% invoerrechten. Dan vlieg je als supermarkt sowieso over de magische prijsgrens van een euro heen," schets Gerard het probleem.

Uitdagingen
Als grootste uitdagingen voor de Nederlandse uienexport zien de bureau-exporteurs niet de opkomst van nieuwe concurrenten – "in België zijn er steeds meer uien, maar het zijn ook Nederlandse bedrijven die daar de vinger in de pap hebben met de teelt en de afzet" –  of de handelsbarrières – "Nederland is handig genoeg om de wereld af te stropen en wanneer een land honger heeft, worden de handelsbarrières van de ene op de andere dag geslecht. Dan kan het snel gaan" – of valutaschommelingen – "alles zit zo wel een beetje binnen de bandbreedte" –, maar wel de afschaffing van gewasbeschermingsmiddelen en de overcapaciteit in de tweede seizoenshelft.

"De steeds beperktere beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen heeft gevolgen voor de bewaarbaarheid en de resistentie tegen lange reizen van onze uien. Bij aardappelen komen er bijvoorbeeld andere kiemremmers op de markt, maar als je bij uien de ziektes niet meer mag bestrijden, dan wordt het heel moeilijk. Of je moet echt resistente uien gaan telen," weet Gerard.


Kantoor J.P. Beemsterboer

"Een tweede grote uitdaging zien we bij de export altijd in de tweede helft van het seizoen, want dan valt Afrika weg en met onze capaciteit kunnen we niet iedereen draaiende houden. We zouden veel meer baat hebben met bijvoorbeeld constant 25.000 ton over het hele jaar dan 40.000 ton in de eerste seizoenshelft en slechts 15.000 in de tweede. Maar goed, dat kunnen we dus niet regelen," zegt Gerard gelaten. William ziet daarbij de concurrentie in Nederland enorm toenemen: "De verwerkende exporteurs staan nu te dringen om hun orders erdoor te jassen tegen bijna elke prijs. Wat natuurlijk gevaarlijk is met de hoge transportprijzen. En voor de verpakkers die zelf niet exporteren, wordt het steeds lastiger. Die kunnen nu moeilijker hun afzet kwijt bij de exportbedrijven waar ze vroeger aan leverden, want de laatste jaren zijn enkele verpakkers-exporteurs steeds groter geworden en zijn er ook bureau-exporteurs die zelf zijn beginnen te verpakken."

Om dat probleem te tackelen, zetten ze bij J.P. Beemsterboer al lang in op een ruim assortiment aan producten en ook Slot Frans & Co. gaat de laatste tijd die toer op. "Onze sterke kant is natuurlijk dat we niet alleen uien doen," vertelt William van J.P. Beemsterboer. "We hebben een breed pakket, zodat wat de klant vraagt, wij in feite wel ergens kunnen vinden en leveren. En dan kunnen we ook ladingen combineren. We exporteren bijvoorbeeld ook veel rijst vanuit Azië naar Afrika. En we handelen in kip, palmolie, mayonaise, mosterd, enz." Bij Slot Frans maken uien nog zo’n 60% van de handel uit. Knoflook is het tweede product van de im- en exporteur en in de loop der jaren is het productassortiment uitgebreid met onder meer suiker, melkproducten, linzen, bonen en rijst. "De uienhandel vertoont toch wat overspannen trekjes. Met name in het tweede deel van het exportseizoen, van 1 januari tot eind juni, is het de laatste jaren lastig geweest in de uien."

"Voor de komende maanden gaan we zeker nog wat richting Oost-Europese landen zenden en ook op Duitsland zullen we nog actief zijn met kleinverpakkingen. Afrika blijft wonder boven wonder gewoon heel erg lekker doorlopen, behalve Senegal. Maar ieder jaar is gewoon anders. Je kunt gewoon geen 5-jaren prognose maken," besluit Gerard.

Dit is een artikel dat is verschenen in de februari editie van Primeur.

Voor meer informatie:
Gerard Hoekman
Mulder Onions
Hagenroderstraat 32
6464 CP Kerkrade
+31 (0)45 567 87 00
gerard@mulder-onions.com 
www.mulder-onions.com 

William Nannes
JP Beemsterboer
Stationsstraat 17 
1749 EG Warmenhuizen
+31 (0) 226 396464
william@jpb.nl 
www.beemsterboer.nl 

Dick Hoogesteger
Slot Frans & Co.
Burg. Jansenstraat 11
4431 BK ‘s-Gravenpolder
+31 113 311581
d.j.hoogesteger@slotfrans.nl 
www.slotfrans.nl 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven