Alternaria en de Coloradokever kunnen beide zorgen voor schade in de aardappelteelt. Wat ze verder gemeen hebben, is dat ze ondergronds overleven en later bovengronds schade doen. Het pas gestarte vierjarige onderzoek ‘Vruchtopvolging in tijd en ruimte’ dat BO Akkerbouw financiert, bekijkt welke risico’s dat oplevert voor aardappelteelten. “We kijken zowel naar grote percelen als naar strokenteelt”, vertelt projectleider Bert Evenhuis van Wageningen University & Research.

Coloradokever. Foto: Leszek Apanasewicz | Dreamstime.com 

Afstand overbruggen
Alternaria is een schimmelziekte die tot serieuze problemen kan lijden. Enerzijds omdat er steeds minder middelen voor de bestrijding beschikbaar zijn, anderzijds omdat de omstandigheden voor de schimmel gunstiger lijken te worden. De Coloradokever komt oorspronkelijk uit Amerika en is inmiddels vaak te vinden op de Nederlandse akkers. Hij lijkt zich prettig te voelen in warme zomers. “Beide kunnen ondergronds overleven en komen tevoorschijn in het voorjaar. Welke afstand ze kunnen overbruggen om voedselplanten zoals aardappelen te vinden, willen we graag weten”, legt Evenhuis uit.

De eerste tellingen
De eerste tellingen van de Coloradokever zijn uitgevoerd in juni en juli van dit jaar. Dat gebeurde op proefvelden én bij zes akkerbouw-bedrijven uit het Duurzaam Praktijknetwerk Akkerbouw. Evenhuis: “Elk bedrijf heeft een perceel aardappelen dat grenst aan een perceel waar vorig jaar aardappelen stonden. En ook een perceel waarbij dat juist niet het geval is. We tellen aan de randen van beide percelen het aantal Coloradokevers en brengen de ruimtelijke verdeling in kaart. Dat doen we in drie verschillende regio’s.”

Verschillen gevonden
Verschillen zijn al gevonden. Bij de twee bedrijven in het zuidoosten volgden de tellingen bij de perceelranden precies de hypothese. Evenhuis: “We vonden meer Coloradokevers op het perceel dat grensde aan een perceel waar vorig jaar aardappelen stonden. Bij de bedrijven in Flevoland vonden we geen kevers, dus daar kunnen we geen vergelijking maken. De analyse van de gegevens van het noordoosten volgt nog. Uiteraard herhalen we deze tellingen drie jaar.”

Vanaf half augustus gaan onderzoekers de Alternaria-aantasting en de ruimtelijke verdeling ervan registreren op dezelfde locaties. Ook hier is de hypothese dat de aantasting groter is bij een aardappelgewas dat grenst aan een perceel waar vorig jaar aardappelen stonden.

Meenemen in bouwplan
Evenhuis: “Na vier jaar tellen en registreren hopen we in 2025 de risico’s van deze plaag en ziekte op de vervolgteelt te kunnen kwantificeren. Ik zou met deze data de ziekte- of plaagdruk willen relateren aan de afstand tussen de aardappelgewassen in twee opvolgende jaren. Dat is voor akkerbouwers die kiezen voor strokenteelt mogelijk belangrijk omdat de genoemde afstand gemiddeld genomen klein is dan bij grote percelen. Voor alle telers geldt dat ze, als het relevant is, met de uitkomsten rekening kunnen houden bij het maken van hun bouwplan.”

Bron: BO Akkerbouw