"Bijdrage uien zeer gering in koolstofvastlegging"

Winter- en zomertarwe dragen flink bij aan de opbouw van organische stof, en dus aan het vastleggen van koolstof, in de bodem. De bijdrage van vlas en uien is daarentegen zeer gering. Dat blijkt uit recent literatuuronderzoek door Eurofins Agro op proefboerderij Rusthoeve. Door koolstof in de bodem vast te leggen kunnen boeren en tuinders koolstofkredieten verdienen. Het bouwplan speelt daarbij een centrale rol.

De bodem kan koolstof vastleggen in organische stof. In het IPPCklimaatverdrag (Parijs 2015) is de ambitie vastgelegd om het gehalte organische stof in de bodem te verhogen met 0,4% en zo het CO2-gehalte in de atmosfeer te verlagen. Het verhogen van het organische stofgehalte in de bodem heeft naast landbouwkundige voordelen ook een positief effect op het klimaat. Er zijn verschillende initiatieven in ontwikkeling om koolstofvastlegging in de bodem te belonen, zoals Carbon Credits.

Praktijkonderzoek in uien
Op proefboerderij Rusthoeve in Colijnsplaat wordt sinds 2009 het organische stofgehalte in de bodem bepaald met BemestingsWijzer. De hoeveelheid organische stof is omgerekend naar het percentage koolstof (zie figuur 1). De figuur laat een positieve trend te zien; het gehalte bodemkoolstof op bedrijfsniveau is aan het stijgen. Met name de laatste jaren (vanaf 2019) is het gemiddelde gehalte bodemkoolstof hoger ten opzichte van de jaren ervoor. De stijgende lijn laat voor de gemeten jaren een gemiddelde toename zien van 0,01% bodemkoolstof per jaar. Als het huidige management blijft zoals het is, dan wordt er ook in toekomst koolstof vastgelegd in de bodems van Rusthoeve.

Koolstofvastlegging
Een hectare bouwland bevat 3.000 m3 grond, uitgaande van de bovenste 30 cm van de bodem. Voor kleigrond is de bulkdichtheid 1.255 kg per m3 grond. Dat betekent dat er 3.765.000 kg bouwgrond in 1 ha zitten. De hoeveelheid grond in combinatie met de gemeten jaarlijkse stijging van de bodemorganische koolstof geeft een gemiddelde toename van 500 kg koolstof per ha per jaar. Figuur 2 laat de bodemkoolstofmetingen zien van Kavel 4. Op dit perceel staan in 2022 weer diverse uienproeven. De trend van dit kavel is vergelijkbaar met de trend voor het hele bedrijf. Een volgende meting, moet laten zien of de toename van koolstof in de bodem doorzet. 

Bouwplan
De stijging in bodemkoolstof vanaf 2012 kan verklaard worden door naar het bouwplan te kijken. Met name in 2018 en in 2020 was er veel aanvoer van effectieve organische stof. Het lijkt erop dat de combinatie van wintertarwe, groenbemester en aanvoer van organische mest een grote bijdrage levert aan de koolstof in de bodem. Uien doen relatief weinig met betrekking tot de opbouw van de koolstof in de landbouwbodems. 

Conclusie
Het blijkt dat de gewaskeuze een grote invloed heeft op de opbouw van organische stof in de bodem, en dus voor de koolstofopslag. "Als je wil werken aan koolstofopslag om bijvoorbeeld koolstofkredieten te verdienen, zijn vlas en uien minder geschikt." stelt onderzoeker Karst Brolsma. "Of in ieder geval gewassen in het bouwplan opnemen die wel veel doen aan organische stofopbouw, zoals wintertarwe."

Hij zegt: "Om inzicht te krijgen in de koolstofopbouw in de loop van de tijd is het zinvol om regelmatig een organische stof bepaling uit te voeren. Deze bepaling is onderdeel van BemestingsWijzer. Bij Rusthoeve beschikken we over historische data als het gaat om organische stof sinds 2008. Je ziet dat sinds 2018 er langzaam meer koolstof in de bodem zit. Aandacht voor organische stof loont dus! Voor andere bedrijven is trouwens het mogelijk ook interessant om eens in kaart te brengen hoe het zit met koolstof in de bodem in de afgelopen jaren. Ben je op de goede weg of is het zaak om het bouwplan aan te passen?"

Bron: Eurofins


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven