"Sinds lange tijd wordt er over de hele keten weer wat verdiend in uienland. Belangrijke voorwaarde is wel dat je over uien moet beschikken. Dat geldt zowel voor de boeren alsook voor de handel. De huidige prijzen van meer dan 30 cent droog uit te schuur geven bij een gemiddelde opbrengst een mooi saldo", zo vertelt een handelaar. "De boeren zitten flink vast aan hun product en denken op goud te zitten. Of dat echt zo is, zal moeten blijken. Punt is wel dat er naar verwachting fors minder uien zullen zijn, maar anderzijds nog wel een behoorlijk volume om te verwerken. De meningen over de gemiddelde opbrengst over heel Nederland lopen uiteen van 42 tot 52 ton, bij wie zijn oor te luister legt. Wie daar het midden van neemt komt op 47 ton per hectare uit, oftewel zo’n 5 procent minder dan vorig seizoen toen de opbrengst op ruim 49 ton uit kwam. Naast enorme verschillen tussen regio’s is een belangrijk punt dat een deel van de zaaiuien in de eerste week van oktober nog vast staat op de akkers. De vraag is wanneer deze uien kunnen worden geoogst en wat de kwaliteit zal zijn na de hevige regenperiode. Donderdag 27 oktober zal er meer duidelijk zijn, wanneer het CBS haar voorlopige oogstramingen presenteert. In januari volgt dan meestal de definitieve raming, inclusief het niet geoogste areaal."

"De laatste tien jaar is een dalende trend te zien in de gemiddelde opbrengsten per hectare en worden de verschillen tussen regio’s structureel groter. Wie niet over voldoende zoet water beschikt, loopt grote risico’s. Het is niet voor niets dat de belangstelling voor irrigatiemethoden zoals druppelbevloeiing sterk toeneemt en steeds meer bedrijven hierin investeren. Al dan niet in combinatie met het toedienen van meststoffen. De regio die het eerste aanloopt tegen watertekorten is het zuidwestelijke zeekleigebied. Van oorsprong een echte uienregio, maar steeds meer boeren nemen afscheid van het dure en speculatieve gewas. Echter, ook in de IJsselmeerpolders die rond de millenniumwisseling soms nog tot wel honderd ton van een hectare oogstten, is de opbrengst tanende. Bovendien speelt ook hier verzilting een steeds grotere rol. In bepaalde gebieden schiet het zoutgehalte van het grondwater de lucht in. Nieuwe teeltgebieden op zandgronden hebben weer te maken met een forse druk van onkruiden, aaltjes en soms ook fusarium, wat met een slinkend middelenpakket de nodige uitdagingen geeft. En ook hier is bij extreem droge perioden soms sprake van een grondwateronttrekkingsverbod zoals in Brabant afgelopen zomer."

"Een weerbare teelt met robuuste rassen, voldoende zoet water, de juiste meststoffen en duurzame gewasbeschermingsmiddelen is een must om een sterk gewas te telen en voldoende opbrengst te borgen. Wie uitrekent dat één miljoen zaadjes (4 zaai-eenheden zaaizaad) theoretisch tot wel 130 ton uien kunnen opbrengen, komt erachter dat bijna twee derde van die potentie niet gerealiseerd wordt, maar vanwege biotische of abiotische redenen verdwijnt gedurende teelt en bewaring. Wereldwijd ligt de opbrengst overigens rond de 20 ton per hectare en behoort Nederland nog steeds tot de kopgroep. Nederland realiseerde in de achterliggende decennia een stijgende trend die richting de 60 ton per hectare kroop, maar in de laatste tien jaar weer zo’n 10 ton per hectare (15 procent) lager is komen te liggen. Er is dus werk aan de winkel om te komen tot voldoende opbrengst om de teeltkosten te dragen en tegelijkertijd concurrerend een uitje op de wereldmarkt te kunnen afzetten."

"Over dat laatste heeft de uienmarkt momenteel niet te klagen - zoals gezegd: wel voor wie uien heeft. In Europa en ook elders op de wereld is er schaarste. De eerste week van november zal koepelorganisatie Euronion de Europese oogstramingen publiceren. Deels heeft de schaarste te maken met de gevolgen van klimaatverandering die leiden tot misoogsten. Daarnaast zijn onbetaalbare grondstoffen, waaronder niet in de laatste plaats kunstmest, de oorzaak van magere opbrengsten in een heel aantal landen. Met name in Afrika leidt het verminderde gebruik van kunstmest tot nog grotere lokale tekorten dan er al waren en wordt bijgevolg de importvraag groter. Zo verhoogde Senegal de importquota van 170.000 ton vorig seizoen naar 200.000 ton nu."

"De vraag is of Nederland voldoende uien heeft om wereldwijd op deze toegenomen vraag in te spelen en of er voldoende geld is bij de afnemers om de hogere prijs voor importvoedsel te betalen. De tijd zal het leren. De prijzen voor transport blijven weliswaar relatief hoog, maar zijn betaalbaar en ook praktisch te regelen. De energieprijzen rijzen momenteel echter de pan uit bij de handel als het om elektriciteitsinkoop gaat. Elke elektromotor in de sorteerlijn heeft z’n eigen prijskaartje zogezegd. Een heel aantal sorteerbedrijven betaalt in plaats van enkele duizenden euro’s per maand nu soms wel tienduizenden euro’s. Tot het nieuwe jaar is Nederland echt internationale marktleider in de uienmarkt en kan menig land voorzien van basisvoedsel zoals de ui is."