Uit de oude doos: Nederlandse uienhandel verdeeld over methode kwaliteitsverhoging

De Nederlandse ui is, zo blijkt uit onderzoeken van het Landbouw Economisch Instituut, hard aan kwaliteitsverbetering toe. Langzaam maar zeker zou de toonaangevende positie die Nederland als uienexporteur in de wereld inneemt aan het afbrokkelen zijn. Enerzijds wordt deze teruggang veroorzaakt doordat belangrijke afnemers als West-Duitsland en Groot-Brittannië niet tevreden zijn over de kwaliteit van het Nederlandse product en anderzijds doordat deze en andere landen zelf in toenemende mate uien telen. Wil Nederland zijn vooraanstaande plaats op de wereldmarkt voor uien veiligstellen en zelfs versterken dan moeten er volgens het L.E.I. zo spoedig mogelijk structurele verbeteringen op het gebied van de teelt, oogst, sortering, bewaring en kwaliteitsbewaking worden ingevoerd. Aanbevolen worden o.a. een betere bemesting van de teeltgrond, toepassing op grote schaal van de directe (Engelse) oogstmethode, indeling in A, B en C bedrijven, verscherpte controle op de kwaliteit en het invoeren van het tarreersysteem met betaling naar kwaliteit.

In Zeeland, waar zich 26% [1988] van het totale Nederlandse uienareaal bevindt, hebben wij over dit onderwerp van discussie de meningen gepeild van een aantal producenten en sorteer- en pakstations.

De uienoogst is in volle gang

Jacob Wiskerke en Zoon
De heer J. Wiskerke, directeur van het sorteer- en pakstation Jacob Wiskerke en Zoon te Kruiningen: "Om diverse redenen kan het Engelse oogstsysteem van het direct binnenhalen van de (groene) uien en deze kunstmatig drogen niet zonder meer in Nederland  toegepast worden. Daarvoor verschillen de grondsoort en het klimaat van beide landen te veel van elkaar. Ook is de structuur van de  uienhandel in Engeland anders dan die in Nederland. In Engeland  kopen de grootwinkelbedrijven centraal en rechtstreeks in van  buitenlandse exporteurs. In Nederland daarentegen zijn bij de in- en  verkoop van uien meer tussenhandelaren betrokken." Verder meent de heer Wiskerke dat toepassing van het Engelse oogstsysteem voor de meeste Nederlandse sorteer- en pakstations nogal hoge investeringskosten meebrengen die voor hen niet op te brengen zijn.


De heer J. Wiskerke

W. de Koster
De heer R. de Koster, directeur van het sorteer- en pakstation W. de Koster in Kwadendamme, is voorstander van de Engelse oogstmethode. In zijn bedrijf is een nieuwe opslagruimte met droogvloer en bijbehorende apparatuur in aanbouw. Daar kan 570 ton uien tot een hoogte van 3,5 meter opgeslagen en gedroogd worden. De Koster is ervan overtuigd dat met de Engelse oogstmethode de Nederlandse ui er kwalitatief op vooruit zal gaan. Volgens hem wordt het kostenplaatje dat aan deze methode wordt opgehangen nogal overdreven voorgeteld. Ook de indeling in A, B en C-bedrijven en het centraal tarreersysteem zullen volgens de heer de Koster positieve resultaten voor de uienhandel in het algemeen opleveren. De Koster verwerkt jaarlijks gemiddeld rond 6.000 ton uien. Deze gaan in balen van 5, 10 en 25 kilo naar enkele grote exporteurs.

Mededirecteur R. de Koster

De nieuwe droogloods van De Koster te Kwadendamme in aanbouw

P. Bouwman
De heer P. Bouwman in Kruiningen runt naast een eigen productiebedrijf een sorteer- en pakstation. Hij prijst zich gelukkig met een loonwerker die bij het oogsten van de uien zeer zorgvuldig te werk gaat, waardoor een minimum aan rooischade ontstaat. De uien worden grotendeels los of in zakken van 10 tot 25 kg verpakt voor het binnenland en de exporthandel. Bouwman geeft toe dat er veel goede kanten zitten aan de Engelse oogstmethode, maar hij acht zijn bedrijf te klein voor de nodige droog- en opslagcapaciteit. "De indeling in A, B en C-bedrijven zal volgens mij voor de meeste sorteer- en pakstations wel toekomstmuziek blijven en de vraag is of er van een centraal tarreersysteem in de praktijk veel terecht zal komen. De meeste bedrijven zijn best tevreden met het huidige controlesysteem." 

De heer P. Bouwman bij zijn nieuwe uienoogst

D. Heijboer
De heer D. Heijboer uit Sirjansland op Schouwen-Duiveland heeft sinds kort een nieuwe loods betrokken waar hij uitsluitend voor exporteurs sorteert en inpakt. Voorlopig nog in zakken van 25 kg, maar binnenkort na aanschaf van een nieuwe lijn, ook in netten van 2,5 en 5 kg. Voor het bewaren en drogen van de uien heeft de heer Heijboer voor de hoge rendement ventilatoren van Omnivent gekozen, hij is voorstander van het laten drogen van de uien op het land zolang de weersomstandigheden het toelaten. "Ik denk dat het toepassen op grote schaal van de Engelse methode in Nederland niet haalbaar is. Bovendien geloof ik dat de kwaliteit van het eindproduct in de praktijk zal tegenvallen doordat er te vroeg gespoten moet worden." Volgens Heijboer staat de Nederlandse ui in het buitenland niet zo slecht aangeschreven als wordt beweerd. De indeling in A, B en C-bedrijven ziet hij niet als middel tot kwaliteitsverbetering. " De vrije handel in uien moet blijven bestaan. Uiteindelijk bepaalt de koper zelf wel welke uien hij wil kopen en tegen welke prijs. Ook prijsverschillen moeten een rol blijven spelen", aldus de heer Heijboer.

De heer en mevrouw Heijboer voor hun nieuwe sorteer- en pakloods

Handelsmaatschappij Westtijlco
"Kwaliteit begint bij de boer. De Nederlandse uientelers moeten zich meer concentreren op de hardheid van het product. verder zal voor een betere houdbaarheid van de ui meer met kali en minder met stikstof gewerkt moeten worden." Aldus de opvatting van de heer Leen Tijl uit Oude-Tonge, die samen met J. van 't Westeinde uit Achthuizen de Handelsmaatschappij Westtijlco runt. Terwijl Van 't Westeinde zich met de consumptieuien bezighoudt, heeft Tijl zich in eerste en tweedejaars plantuien gespecialiseerd. Tijl is een van de grootste Nederlandse exporteur van pickels naar Groot-Brittannië en België. Hij laat zijn product zoveel mogelijk op het land drogen. Voor het overstappen op de Engelse oogstmethode ziet hij vooralsnog geen reden. " Alleen bij aanhoudend slecht weer zou dat een mogelijkheid kunnen zijn. Maar ook in Engeland is men sterk afhankelijk van het weer. Ik ben er wel voor dat uien naar gelang van de kwaliteit betaald moeten worden. Overigens heeft alles te maken met vraag en aanbod. De indeling in A, B en C-bedrijven moet niet overdreven worden. Een centrale tarrering zal bij de meeste boeren op flinke tegenstand stuiten." 

Leen Tijl (rechts) bekijkt een kist pas geoogste plantuitjes

Pakomi
Bij Pakomi in Oude-Tonge worden de uien daags na het oogsten binnengehaald en gedroogd door middel van kachels en ventilatoren. De opslag heeft een capaciteit van 10.000 ton. Met 34 à 35 duizend ton per jaar heeft Pakomi ongeveer 9 procent van de totale Nederlandse sorteer- en pakproductie. Manager Maarten Minnaar vindt de kwaliteit van de nieuwe oogst relatief goed. 
"De klassering in A, B en C0bedrijven past in de theorie over kwaliteitsverbetering, maar in Nederland heeft men nog te weinig ervaring om er in de praktijk mee te werken. Kwaliteit is sterk afhankelijk van het weer. De methode van centrale tarrering is nog het meest positieve van de kwaliteit bevorderende maatregelen. Wij passen al drie jaar de methode van betaling naar kwaliteit met veel succes toe. De handel kan zeker zijn van een goede kwaliteit en de boer weet wat er met zijn product gebeurt. Als een boer geen tarrering wil, sluiten we geen contract met hem. De keuring doen we zelf. Kwaliteitsbewaking in de uienhandel vinden we een goede zaak, maar ze mag niet tot eenheidsworst leiden", zegt de heer Minnaar.

Manager Maarten Minnaar van Pakomi te Oude-Tonge

Jan Overbeeke & Zoon
"Dat de uienexport naar Engeland en Duisland terugloopt is in mindere mate het gevolg van de slechte kwaliteit van de Nederlandse uien, maar wel door het feit dat de uienteelt in die landen toeneemt en men er de voorkeur aan geeft het eigen product te kopen." Dit is de mening van de heer Rini Overbeeke, handelaar in land- en tuinbouwproducten te Halsteren. Volgens hem zal het zwaartepunt liggen op de productie van klasse I uien, die zulke hoge kosten met zich mee brengen dat deze niet tegen de baten opwegen. "Het indelen van bedrijven in een A, B en C-klasse heeft weinig of geen invloed op kwaliteitsverhoging. Verder betwijfel ik sterk of centrale tarrering in de praktijk wel haalbaar zal zijn. Het probleem blijft bestaan wie het risico draagt van verborgen gebreken van een partij bewaaruien wanneer daarin na enige tijd koprot optreedt. Dat zou door een onpartijdige instantie vastgesteld moeten worden. Kortom, er zitten nog tal van haken en ogen aan de praktische uitvoerbaarheid van de maatregelen die door het L.E.I. worden aanbevolen. Zoals in elke handel zal er ook in de uienbranche altijd wel een bepaald risico blijven zitten. Dat is juist een van de aantrekkelijke kanten van het handeldrijven", aldus de heer Overbeeke.

Uienhandelaar Rini Overbeeke

Bron: Primeur 02 - Jaargang 03 - 29 juli 1988


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven