Begin november bezocht Chantal Engelen (Peas of Me) peasmaker André Jurrius van biologisch-dynamisch akkerbouwbedrijf Ekoboerderij de Lingehof. André teelt er aardappelen, uien, pompoen, suikermais, rode kool, granen en lupine. "Maar door hem enkel te beschrijven als teler van deze gewassen, doe ik hem te kort. André is eigenlijk een veelzijdig artiest op zijn eigen podium", aldus Chantal. Ze schreef naar aanleiding van haar bezoek dit artikel: 

Als je bij een biologisch-dynamische boerderij denkt aan een klein, idyllisch, rommelig boerderijtje dan ben je bij de boerderij van André aan het verkeerde adres. De boerderij is te vinden op Landgoed Hemmen in het Gelderse Randwijk. Het totale areaal beslaat 135 hectare en is verspreid over een relatief groot gebied. André gelooft in de principes van biologisch-dynamische landbouw, maar wil dat graag omzetten naar grotere schaal. In tegenstelling tot sommige andere biologisch-dynamische boeren, doet hij dit het liefste met veel machines en zo min mogelijk mensen: precisielandbouw werkt sneller en efficiënter en dat is precies wat volgens André nodig is om het voedselsysteem te veranderen.

Boer in hart en nieren
De opa's van André waren boer, zijn ouders en ooms zijn boer en hij wil zelf al boer worden sinds hij kan lopen. En ondanks dat zijn opa’s niet meer leven, voelt hij zich met hen sterk verbonden. De ene opa boerde destijds al volgens biologisch-dynamische principes, de ander ging voor groots en traditioneel. Hij ziet zichzelf dan ook als een samensmelting van de twee en voelt hun aanwezigheid regelmatig. Het is alsof ze hem richting geven in het werk en helpen bij het maken van strategische keuzes. André praat vol passie over het boeren en beschrijft zichzelf als een echte vakman. Het mooiste vindt hij dat alles samenkomt; de synergie tussen mens en natuur en dat je daar je geld mee kunt verdienen.

Geluksmomenten vindt hij dan ook op de tractor tijdens de oogst, wanneer het concrete resultaat van dat samenspel tastbaar is. Hij noemt de uienteelt als voorbeeld. Het lijkt een simpel proces; je stopt een zaadje in de grond en je oogst later de uien. Maar het is een proces dat eigenlijk vier jaar duurt. Twee jaar lang zaait hij groenbemester zoals gras-klaver op het gekozen perceel, zodat de bodem in ideale staat komt voor de uien. Pas dan worden de uien gezaaid. Als het klimaat en de natuur meewerkt, kun je dat jaar prachtige uien oogsten. Die worden gesorteerd, gaan de opslag in en worden verkocht. Na vier jaar komen de eerste euro’s dan pas binnen.

André wil zoveel mogelijk van die geluksmomenten op de boerderij meepakken en de vrijheid voelen om zijn eigen pad te volgen. Hij moet er niet aan denken om slechts manager te zijn en de mensen aan te sturen die het werk doen. Dat is ook één van de redenen dat André investeert in mechanisatie. Zo kan hij zoveel mogelijk zelf doen. Maar ondanks dat André graag met zoveel mogelijk machines werkt, is hij geen einzelgänger. Hij is juist een mensenmens. Sinds kort helpt Linda, een jonge ambitieuze boer, hem bij het reilen en zeilen van de boerderij. Op zaterdagen en in vakanties helpen er jonge hulpkrachten mee voor wie de boerderij als een tweede thuis is. Ook is op het terrein van de boerderij Tuinderij Stroom gevestigd. De drie meiden die de tuinderij runnen, telen biologische groenten op de percelen van de boerderij en verkopen deze in een winkel op het terrein.
 
André ziet de boerderij en de landerijen als een podium waar hij en de mensen die er werken, tijdelijk mogen optreden. Waar ze hun talenten kwijt kunnen en tot bloei kunnen laten komen. Iedere persoon vertoont er als het ware zijn of haar kunst en voegt iets toe aan het stukje grond waarop ze te gast zijn.

De natuur heb je niet in de hand
Maar soms leiden de kunsten op dat ‘podium’ niet altijd tot geluksmomenten. Dat ervaarde ik zelf, toen ik mocht helpen bij de rodekolenoogst. Deze oogst is, in tegenstelling tot veel andere gewassen, bijzonder arbeidsintensief. Een tractor met een aanhanger met lopende band erachter, rijdt langzaam over het veld en daarachter loop ik met vijf anderen om de kolen af te snijden en op de lopende band te leggen. De meerderheid van de kolen moeten we op het veld laten. Deze kolen worden geteeld voor verwerking in de industrie en zouden enorm van formaat moeten zijn. Maar helaas is zo'n 60% van de kolen veel te klein of verrot. Ongelofelijk zonde en ik krijg er pijn van in mijn buik. De oorzaak lijkt een combinatie van factoren te zijn, waaronder de droogte van het voorjaar. Er is acht keer beregend op het perceel en toch is de oogst grotendeels mislukt. Een wijze les dat je nog zo je best kunt doen, maar dat je de natuur nooit in de hand hebt.

Ondanks de teleurstellende oogstopbrengst, zie ik weer de mensenmens André. Hij blijft positief, vriendelijk en geduldig. Hij geeft uitleg over de bodem aan de geïnteresseerde medewerkers en tijdens de pauze serveert zijn moeder een kopje zelfgemaakte pompoensoep. Hij checkt nog even of iedereen wel boterhammen bij zich heeft en geniet ook zichtbaar van deze zorgende rol. Dat sociale aspect is voor André een belangrijk onderdeel van zijn job: hij doet geen zaken met bedrijven, maar met mensen. Als er een klik is, dan gaat hij heel ver in een samenwerking en kan hij soms moeilijk nee zeggen.

Zo zorgde Esayas, een student uit Wageningen die een tijd kwam stagelopen, er voor dat André nu aan het bouwen is aan een boerderij in Ethiopië, Prana farms. Er was zo'n goede klik tussen student en leermeester, dat André besluit om Esayas te helpen zijn eigen boerderij te starten in zijn thuisland. Hij investeerde zelf een flink bedrag en vroeg ook vrienden om mee te doen. Niet omdat hij rendement in euro's terug wil zien, maar impact wil maken. En ook een beetje om het avontuur op te zoeken. André is een nieuwsgierig mens en wil nieuwe dingen blijven ontdekken. De boerderij in Ethiopië geeft hem die kans om verder te kijken dan zijn eigen stek.

Nek uitsteken voor een betere wereld
André steekt dus graag zijn nek uit. Hij durft te investeren en gaat er vol voor als hij ergens in gelooft. Zo begon hij in 2008 als één van de eersten in ons land met telen van het eiwitrijke en stikstofbindende boontje lupine. In eerste instantie teelt hij voor de opstart van De Vegetarische Slager, maar hij gaat daarna door omdat hij de potentie ziet van het gewas. Inmiddels heeft hij naast de teelt samen met mede lupine-enthousiast Marieke Laméris Lekker Lupine opgericht. Met dit platform willen ze samen met andere lupinetelers de teelt opschalen, producten ontwikkelen en een markt creëren voor lupine in Nederland. Het boontje is nog onbekend, de productie kent vele uitdagingen en het kost nu nog veel tijd en geld om het te telen. Maar André wil een alternatief creëren voor de sojaboon die nu vaak van ver komt en verre van duurzaam geteeld wordt. Door zijn gedrevenheid en sociale karakter lukt het hem om mensen aan te laten sluiten en mee te laten doen.

André zoekt continu naar een balans tussen doen waar hij goed is en daarop focussen en zijn nek uitsteken door te investeren in nieuwe oplossingen. Daarnaast wil hij zoveel mogelijk samenwerken met anderen waar hij de synergie mee voelt, ook als het niet meteen wat oplevert. Dat maakt hem tot een innovatieve duizendpoot die op alle mogelijke manieren investeert in een betere wereld. En tot een inspirerende artiest op het podium zoals hij zijn boerderij noemt. Eentje waarvoor ik niet anders kan dan een diepe buiging maken.

Bron: Peas of Me