De noodzaak van duurzame en circulaire voedselketens is ingedaald bij CEOś van belangrijke spelers in de voedselketen. Doemscenario’s hangen boven de mensheid, het huidige landbouwsysteem put de bodem uit (woestijnvorming) en gezien de toenemende bevolking en welvaart is er op basis van het huidige systeem straks onvoldoende vruchtbare grond om de toekomstige mensheid te voeden.

Tijdens het EFMI Verscongres vertelden marktleiders in de keten (Agrifirm, Harvest House, Albert Heijn) over stappen die zij zetten in hun competitieve marktomgeving. Het is betaald uit eigen zak of met subsidies, een bijbehorend verdienmodel is er nog niet. Directeur en founder Laurens Sloot van EFMI ziet True princing als oplossingsrichting. “We kunnen dat nu al invoeren in Nederland”, denkt hij. Voorwaarde is dat de hele keten hierin samen wil optrekken.

Klik hier voor de fotoreportage

Telers zijn de oplossing
“Het zit goed fout”, startte Dick Hordijk, CEO van Agrifirm zijn presentatie. Het goede nieuws is dat de aarde 'slechts' 66 miljoen jaar nodig heeft om van de menselijke activiteit te herstellen. Het slechte nieuws is dat de mensheid daar waarschijnlijk geen deel meer van is. Uit onderzoek van WUR blijkt dat de vraag naar voedsel met 35 tot 56% zal stijgen in de periode 2010-2050. Dat betekent dat er het landbouwareaal evenredig moet groeien of zoveel meer opbrengst per hectare moet geven. Dat eerste is niet verstandig, want we hebben de bossen ook hard nodig om een leefbare aarde te houden. De wijze waarop we landbouw bedrijven moet daarom anders, zei Hordijk. De oplossing ligt dus in handen van boeren en telers.

Dick Hordijk van Agrifirm

Financieren transitie in de keten
Ze zijn heel succesvol geweest door schaalvergroting en opbrengstverbetering, maar deze oplossingen zorgen voor veel ecologische schade. De sleutel ligt daarom in handen van telers en boeren. Hun beslissingen hebben voor 80 tot 90% impact op de ecologie, maar hun impact op de economie is maar 10 tot 20%.
Vanuit diepe overtuiging dat het anders moet heeft Agrifirm als coöperatie van boeren en telers besloten om te beginnen met de transitie, gefinancierd uit eigen middelen en subsidies. Boeren worden gesteund in het opzetten van circulaire voedselketens en ook hebben ze het B2B-handelsplatform Boer&Lekker opgericht. Er zijn kansen en technisch is al veel mogelijk. Hordijk nodigt nu de rest van de keten nadrukkelijk uit om mee te doen in de verwaarding van de ingezette transitie.

Klimaatneutraal telen
Ook Jelte van Kammen, CEO van Harvest House zit op deze lijn. De aangesloten telers hebben de ambitie om in 2040 klimaatneutraal te telen. Ze zijn vanaf 2018 onderweg daarnaartoe en hebben inmiddels met Hortifootprint de eco-score van alle telers in beeld. De eco-score is een rekenmethode die 100% inzicht geeft in de milieu-impact vanaf de teelt tot aan de winkel en veel verder kijkt dan alleen een parameter als CO2-uitstoot, maar ook fijnstof, land- en watergebruik, verzuring etc. 98% van de Hortifootprint blijkt in de teelt te liggen. Dus ook hier hebben de telers de sleutel tot transitie in handen. Hier ligt echter niet alleen de betaalbaarheid van de transitie als uitdaging op tafel. Die uitdaging is al heel fors. De overstap van chemische gewasbeschermingsmiddelen naar groene zou bijvoorbeeld al leiden tot een verhoging van de kostprijs van 5 cent op een stoplichtpaprika. “Wie gaat dat betalen?”, vroeg van Kammen zich af.

Jelte van Kammen van Harvest House

Beste telers ter wereld
De andere grote uitdaging is dat de huidige technieken en inspanningen om te komen tot klimaatneutraal telen in 2040 niet toereikend zijn. Maar ook Harvest House is er diep van overtuigd dat dit moet gebeuren. “We hebben de beste telers ter wereld, dus we gaan het fixen”, zei van Kammen. De eerste stap is een pilot in zes teelten met telers van verschillende vruchtgroentencoöperaties en specialisten uit zes disciplines (van zaadveredelaar tot klimaatcomputerspecialisten) van hightech glastuinbouw. Het doel is om in 2027 op rendabele wijze te kunnen telen met groene, biologische en technologische oplossingen, dus zonder synthetische middelen.

Mariken van den Boogaard van Commonland

Woestijnvorming
Derde spreker was Mariken van den Boogaard, van CommonLand. Zij zoomde in op landgebruik en de problematiek van woenstijnvorming. 40% van het landbouwareaal wereldwijd is gedegradeerd en ook de oorzaak van de grote problemen waar de mensheid mee worstelt: migratie, droogte, klimaatverandering, armoede, voedselonzekerheid, verlies aan biodiversiteit, politieke instabiliteit en bodemerosie. Het goede nieuws is dat landschaprestauratie goed mogelijk is. Commonland heeft een methodiek ontwikkeld om dit projectmatig en lokaal aan te pakken. Mariken kwam met een aantal voorbeelden in onder ander Nederland, Spanje en India. Ook hier ligt weer de sleutel bij telers en boeren en de verwaarding van hun producten in de keten.

Hele oogst afnemen
Daarbij kunnen supermarkten een rol van grote betekenis spelen. Constantijn Ninck Blok van Albert Heijn vertelde over programma Beter voor Natuur en Boer. Albert Heijn stelt zich in versketens niet als afnemer op maar als partner waarbij ze samen stappen zetten richting duurzaamheid. Daarbij wordt duidelijk gekeken naar de verwaarding van de producten. Ninck Blok noemde als voorbeeld de samenwerking met de familie Lagemaat die prei, uien en rucola telen voor Albert Heijn. “Ze krijgen de garantie dat wij de hele oogst afnemen en dat geeft hen rust waardoor ze kunnen innoveren. De verkoopbare prei gaat naar de winkel, de kleinere in de verspakketten of naar de snijderij en de kromme en lelijke worden als buitenbeentjes verkocht”, zei hij. De buitenbeentjes zijn overigens een concept waar klanten “op afstormen”.

Constantijn Ninck Blok van Albert Heijn

Compensatie voor investeringen in duurzaamheid
Ninck Blok ging ook dieper in op het Beter Voor programma dat binnenkort als onafhankelijk keurmerk in de markt wordt gezet en in zijn ogen niet bijt met het On the Way to Planet Proof, eerder zullen beide keurmerken elkaar verder aanscherpen. De aangesloten telers en boeren die investeren in het Beter Voor programma worden door Albert Heijn overigens gecompenseerd. Op dit moment wordt dat niet doorgerekend aan de klant, maar betaalt Albert Heijn dat uit eigen zak.

Gigantisch complex
Een politiek perspectief op het duurzaamheidsvraagstuk kwam van Tweede Kamerlid Derk Boswijk van het CDA. Toen hij woordvoerder werd is hij enorm geschrokken. “Het is duizelingwekkend wat er allemaal op de sector afkomt”, zei hij. Zijn drive is om de voedselzekerheid te waarborgen in de economie. “Voedsel is geen product als andere producten. Die zijn gebaat bij schaarste dat leidt tot innovatie maar bij voedselschaarte heb je honger.” In het huidige politieke klimaat erkent hij dat het nodig is om naar uitvoerbaarheid van regels te kijken. Hij ziet dat er veel frustratie is gezien het “gigantische complexe systeem” dat is opgetuigd.

True princing logisch
Tot slot ging Laurens Sloot van EFMI in op True Princing. Bij True Pricing worden ook de externaliteiten beprijst, zowel milieukosten (CO2, biodiversiteit) als sociale kosten (leefbaar inkomen, arbeidsomstandigheden, diervriendelijkheid). Volgens Sloot is dat de meest logische oplossingsrichting om te komen tot duurzame voedselketens. Het werkt namelijk aan zowel de vraag- als aanbodkant, zo liet hij zien aan de hand van effecten van de invoering van de suikertaks in het Verenigd Koninkrijk. De industrie ging innoveren en consumenten kochten verstandiger in.

Laurens Sloot van EFMI

10% duurder
Invoering van True Pricing heeft tot gevolg dat producten gemiddeld 10% duurder worden, waarbij AGF-producten onder dat gemiddelde blijven (5 tot 9%). Volgens Sloot sluit True Princing goed aan bij het vrije markt denken en sluit het aan op nieuwe regelgeving om meer transparantie te brengen in de footprint van producten, leveranciers en ketens. Hierbij kan het en basis voor beprijzing zijn.

Voorop lopen
Om tot een betere marktwerking te kunnen komen hoef je in de ogen van Sloot niet meteen alle externaliteiten door te berekenen, je zou bijvoorbeeld met 25% kunnen beginnen of alleen focussen op het doorrekenen van de CO2-belasting. Voor een grotere acceptatie zou je zelfs kunnen kiezen voor een 0-systeem waarbij je producten met een lage footprint goedkoop maakt en die met en hoge footprint duurder. Ook de invoering van het Eco-label met een schaal van 1-10 zou, indien gekoppeld aan accijnsklassen, bedrijven de ruimte geven om te innoveren. Sloot pleitte ervoor niet te wachten op Europa en een level of playingfield maar te starten. Je kunt beter een voorloper zijn en een voorsprong nemen. “Oplossingen komen eraan, maar het huidige pad loopt dood”, aldus Sloot.

Klik hier voor de fotoreportage

Voor meer informatie:
EFMI Business School
info@efmi.nl
www.efmi.nl