Maatregelen om de melkveehouderij en akkerbouw te verduurzamen, hebben grote financiële gevolgen voor bedrijven in deze sectoren. Met die maatregelen kunnen deze bedrijven weliswaar een grote bijdrage leveren aan verduurzaming, maar dit gaat ten koste van hun inkomen. Om berekende inkomensverliezen te verkleinen en de continuïteit van bedrijven te waarborgen, is hulp van de overheid noodzakelijk. Tot deze conclusie leiden de resultaten uit de studie Uitwerking bedrijfstypen duurzame landbouw voor de melkveehouderij en akkerbouw, uitgevoerd door Wageningen Economic Research (WecR).

Boeren moeten een flinke bijdragen leveren aan de verduurzaming van de landbouw. Voorwaarde om deze transitie te laten slagen is dat er voor boeren ‘verdienvermogen’ overblijft, zoals aangegeven in de brief van minister Adema aan de Tweede Kamer: ‘Toekomst van de landbouw’ (25 november 2022). Uitgangspunt is dat boeren voldoende economisch perspectief moeten hebben om hun bedrijf duurzaam en levensvatbaar uit te oefenen. Het moet ook duidelijk zijn welke bijdrage de overheid moet leveren om de transitie te faciliteren en boeren economisch perspectief te kunnen bieden.

Lees hier de studie van de WUR

"Bevestiging wat NAV al langer zegt"
Het rapport van WUR ‘Uitwerking bedrijfstypen voor duurzame landbouw: melkveehouderij en akkerbouw’ bevestigt met cijfers wat NAV al langer zegt: de kosten van verduurzaming zijn niet op te brengen door akkerbouwers, zo meldt de organisatie in een persbericht. "In onze toekomstvisie uit 2020 hebben wij op simpelere manier hetzelfde berekend: extensiveren kost direct te veel inkomen."

De NAV is positief over het feit dat het Ministerie van LNV een degelijke doorrekening van de kosten en baten van verduurzamingspakketten heeft gevraagd van WUR. "Ten eerste wordt daarmee duidelijk hoe groot de inkomensdaling is van de maatregelen die in 2023 al van kracht zijn geworden door het nieuwe GLB, het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn (7 AP) en afbouw van de derogatie. Extra schrijnend is dat deze maatregelen in de akkerbouw juist leiden tot toename van stikstofoverschotten en broeikasgasemissies. Ten tweede worden de kosten die gepaard gaan met toekomstige maatregelenpakketten en individuele maatregelen om de diverse doelen te halen zichtbaar gemaakt. Positief is dat de voorgestelde maatregelen dan tenminste wel gaan leiden tot vermindering van het N-overschot en broeikasgasemissies, maar de gevolgen voor de akkerbouwinkomens zijn schrikbarend.

Wat uit het rapport ook blijkt, is dat bij te eenzijdig beleid er afwenteling op andere doelen plaatsvindt. Dat onderstreept het pleidooi wat wij al langer houden voor integraal beleid.

De gevolgen van het beeld wat hier geschetst wordt is dat de doelen weliswaar gehaald kunnen worden, maar dat dit gepaard gaat met grote inkomensverliezen voor boeren. Zozeer dat boerenbedrijven gedwongen zullen stoppen, wat dan weer leidt tot schaalvergroting. Daar is de NAV geen voorstander van.

Er worden een aantal maatregelen van overheidszijde voorgesteld. De NAV pleit ervoor, om zoveel mogelijk het inkomen uit de markt te halen en boeren niet te degraderen tot subsidiesprokkelaars. Voor akkerbouw zouden de prijzen voor de producten 6.5-20% omhoog moeten om de kosten van de toekomstige maatregelenpakketten te dekken. Laat duidelijk zijn dat dit niet betekent dat de consumentenprijzen ook met dit percentage stijgen! Het aandeel van de prijs voor de boer in de meeste eindproducten is dermate klein, dat de eindprijzen relatief weinig zullen stijgen, mits de ketenpartijen zich inhouden en geen extra marges invoeren. De genoemde prijsstijgingen lijken ons haalbaar in een markt die verduurzaming eist, maar dan moet dat wel afgedwongen worden door het landbouwbeleid.

We missen in het rapport wel een aantal zaken. Ten eerste wordt er wel erg makkelijk gesteld dat akkerbouwers gewoon andere gewassen kunnen telen. Er is geen enkele aandacht voor de gewenste soort en hoeveelheid voedsel en andere producten die worden geproduceerd. De NAV vindt dat er juist een visie moet komen op de gewenste voedselproductie in Nederland en Europa. Het heeft geen zin om met subsidie producten te telen waar geen markt voor is. Ten tweede wordt er wel erg makkelijk van uit gegaan dat de tarieven voor de ecoregeling gelijk blijven. Gezien het financiële debacle in 2023 en de nog steeds niet vastgestelde bedragen voor 2024 voor het GLB lijkt het ons een illusie dat veel akkerbouwers op het laatste moment nog hun plannen inregelen op de ecoregeling.

Samenvattend onderschrijft de NAV de bevindingen uit het rapport en de conclusies dat zonder faciliterend beleid de transitie voor veel bedrijven onhaalbaar zal zijn. Twee citaten die wij geheel onderschrijven: ‘De keerzijde is er ook: als het vakmanschap en de innovatiekracht in de sector wordt gecombineerd met een goede voorwaardenscheppende en stimulerende beleidsaanpak dan behoort een transitie richting een duurzamer landbouw, die produceert binnen milieugrenzen, tot de mogelijkheden.’ en ‘In een structureel houdbaar systeem is het onvermijdelijk dat de consumenten meebetalen aan de financiering van de maatschappelijke eisen die ze aan de landbouw opleggen.’ En dan wijzen wij aanvullend daarop dat het wegvallen van veel boerenbedrijven de voedselsoevereiniteit en voedselzekerheid hier en elders zeer negatief zal beïnvloeden en dus te allen tijde voorkomen moet worden!"

Voor meer informatie:
NAV
info@nav.nl
www.nav.nl