De Nederlandse arbeidsmarkt koelt iets af: de werkloosheid stijgt licht, maar de krapte blijft bestaan, waardoor werknemers historisch sterke posities behouden. Voor werklozen en inactieven is het iets moeilijker om een baan te vinden, terwijl werkenden hun positie grotendeels stabiel houden, zo geeft ING aan. Hierdoor blijft de kans op langdurige werkloosheid klein, ondanks dat consumenten somberder zijn over de arbeidsmarkt.
© ING
Sinds medio 2024 nam de vraag naar personeel af door hogere loonkosten en gematigde productvraag. Vacatures zijn iets geslonken en een kleiner deel van de bedrijven ervaart tekorten, maar de markt blijft krap: circa 37% van de werklozen heeft drie maanden later werk, tegenover 97% van de werkenden. De kans voor werklozen op snel werk is iets gedaald, maar nog lang niet op crisisniveau. Ook inactieven hebben iets meer moeite om een baan te vinden. Werkenden ervaren nauwelijks veranderingen; hun kans op werkloosheid blijft zeer laag.
Structureel blijft het verschil tussen werklozen en werkenden groot, doordat werkgevers liever werknemers behouden dan nieuwe mensen aannemen. Kortdurende werkloosheid neemt iets toe, maar langdurige werkloosheid blijft beperkt. Ondanks sombere consumentenverwachtingen verwachten bedrijven over het algemeen nog steeds een stabiele of licht groeiende werkgelegenheid, en het personeelstekort blijft een belangrijke belemmering.
Bron: ING