De Nederlandse akkerbouw staat aan het begin van 2026 voor uitdagende marktomstandigheden. Volgens het rapport 'De Stand van de Agrarische Sector' van ABN AMRO vallen de opbrengsten van de oogst van 2025, met name op de vrije markt, fors tegen, en de vooruitzichten voor volgend jaar zijn voorzichtig.
Afnemers van aardappelen zijn terughoudend bij het afsluiten van contracten voor de oogst van 2026. Naast lagere contractprijzen, die ongeveer 15% lager liggen dan een jaar eerder, worden het aantal hectares en de volumes per hectare gemaximeerd. Hierdoor zijn telers vaker aangewezen op de spotmarkt, wat leidt tot grotere onzekerheid en volatiele inkomsten.
Het areaal frietaardappelen wordt kleiner, waardoor op termijn het overaanbod kan afnemen en de markt zich kan herstellen. In 2026 zullen telers hier echter nog weinig van merken. Tegelijkertijd verschuift het teeltplan van aardappelen, en ook suikerbieten, richting uien, penen en koolgewassen, wat extra aanbod creëert en mogelijk tot prijsdruk leidt. De marktprijs voor uien voor de oogst van 2025 schommelt al rond de kostprijs, terwijl extreme regenval in Zuid-Europa tijdelijk de prijzen van wortelen, broccoli en bloemkool kan opdrijven, maar geen structurele verbetering biedt.
De kosten voor telers zullen naar verwachting in 2026 normaliseren, hoewel ontwikkelingen in het Midden-Oosten energie- en kunstmestprijzen kunnen opdrijven. Positief is dat de aanhoudende mestproblematiek in de dierlijke sector kan leiden tot hogere mestinkomsten voor akkerbouwers.
ABN AMRO verwacht dat veel telers in 2026 hun liquiditeitspositie zullen zien verslechteren en dat opgebouwde reserves aangesproken zullen worden. Tot nu toe blijft het aantal bedrijven dat daadwerkelijk in liquiditeitsproblemen raakt beperkt, met een mogelijke lichte piek in het tweede kwartaal door voorjaarsuitgaven.
Het rapport onderstreept dat akkerbouwers zich voorbereiden op een uitdagend jaar, waarin flexibiliteit in teeltkeuzes en beheer van kosten en inkomsten cruciaal zullen zijn.
Bron: ABN AMRO