Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven
App icon
FreshPublishers
Openen in de app
OPENEN

Diversiteit in uien bewaard in de genenbank van CGN

Uien zijn misschien niet de meest spannende of exotische groente, maar door hun lange bewaartijd en veelzijdigheid vormen ze, zo geeft het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) aan, wel een vaste basis in veel keukens. Veel (amateur)koks hebben standaard een ui in huis als basis voor bijvoorbeeld soep of saus.

© CGNDaarnaast zijn uien bij uitstek een bewaargroente. Ze worden doorgaans in de nazomer geoogst en kunnen vervolgens gedurende de winter worden gegeten. Binnen de soort Allium cepa, in Zuid-Nederland en Vlaanderen ook wel 'ajuin' genoemd, bestaat bovendien een opvallend grote variatie in vorm, kleur en bewaareigenschappen.

Die diversiteit wordt bewaard in de genenbank van het CGN. In deze collectie zijn verschillende rassen opgenomen die laten zien hoe groot de variatie binnen uien kan zijn.

Verschillende rassen
Een voorbeeld is het ras Zeeuwsche, dat vanaf circa 1860 wordt beschreven. Het gaat om een compact ras met een goede houdbaarheid. Het ras werd ontwikkeld in het zilte klimaat van Zeeland, waar betrouwbaarheid in de teelt belangrijker was dan maximale opbrengst.

Ook de Zwijndrechtse Pootui, die vanaf ongeveer 1915 wordt genoemd, heeft specifieke eigenschappen. Dit ras werd via pootgoed geteeld en was daardoor weken eerder beschikbaar dan zaaiuien. In een periode waarin vroege levering op de markt economisch belangrijk kon zijn, bood dat telers een voordeel.

Een derde voorbeeld is de Noord-Hollandsche Platte Stroogele uit circa 1934. Dit ras heeft een platte vorm en een gele kleur en staat bekend om een zachte, zoet-pikante smaak en een goede winterbewaring.

Verdwenen ras
Niet alle rassen zijn echter behouden gebleven. In historische bronnen wordt bijvoorbeeld het ras Utrechtse Witte genoemd, maar dit ras komt tegenwoordig niet meer voor in de teelt of in genenbankcollecties.

Volgens het CGN laat dit zien hoe kwetsbaar landbouwdiversiteit kan zijn wanneer rassen uit productie verdwijnen. Tegelijkertijd zijn sommige rassen nog wel beschikbaar. Zo zijn onder meer de Zeeuwsche en de Noord-Hollandsche Platte Stroogele nog verkrijgbaar via een webshop voor erfgoedrassen.

Bron: CGN

Voorpaginafoto: © CGN

Publicatiedatum:

Gerelateerde artikelen → Zie meer