Na jarenlang diverse rassenproeven met zaaiuien te hebben gedaan op proefcentrum Viaverda is er nu een officiële rassenlijst voor Belgische uientelers.
Op Viaverda (voorheen PCG) in Kruisem zijn vanaf seizoen 2009-2010 de eerste rassenproeven opgezet. Deze gegevens werden altijd gepubliceerd en op de website geplaatst met de resultaten van dat betreffende jaar. In het begin ging het slechts om zeven à acht rassen, vertelt Jonas Bodyn tegen het Uien magazine van De Groot en Slot. "De wens leefde al een aantal jaren om een officiële rassenlijst te introduceren met meerjarige resultaten."
© De Groot en Slot
In de winter van 2024-2025 is een conceptprotocol opgesteld, dat met alle zaadhuizen is besproken. Hier is een definitief protocol uit voortgekomen. Ellen Dendauw, verantwoordelijk voor de rassenlijst, en onderzoeker Jonas Bodyn, beiden van Viaverda, zijn blij dat de rassenlijst er nu eindelijk komt.
Leemachtige gronden
Dendauw en Bodyn merkten dat veel Belgische telers kijken naar de Nederlandse rassenlijst, alleen is die lijst opgezet voor de lange bewaring.
"In België telen veel uientelers de uien voor levering afland, korte of middenlange bewaring. Daar hebben we rekening mee gehouden bij de opzet van onze rassenlijst. Ook speelt mee dat wij meer leemachtige gronden hebben, wat enorm afwijkt van de kleigrond in Nederland", zeggen ze.
De rassenlijst komt op een aantal kenmerken overeen met de Nederlandse rassenlijst, aldus Dendauw. "Zo komen opbrengst, hardheid, huidvastheid en spruitrust ook op onze lijst terug. Een groot verschil met de Nederlandse lijst is het aantal momenten van beoordelen. Onze uien worden in november, januari en april beoordeeld. Ook de vroege uien met een minder lange bewaarbaarheid kunnen dan meelopen in de rassenlijst. Wij denken dat de teler dan veel beter het juiste ras kan kiezen dat bij zijn bewaarperiode past."
Maatsortering
Procentueel zijn er maar weinig telers die hun uien tot eind mei bewaren, vervolgt Dendauw. Een ras dat een hoog opbrengend vermogen heeft, zoals Hysinger, en niet geschikt is voor de lange bewaring, kan een prima keuze zijn voor een teler die zijn uien altijd voor de jaarwisseling verkoopt, stelt ze. "Ook nemen we in onze beoordelingen de maatsortering mee. In België wordt een groot deel van de uien geteeld voor de industrie, waarbij de maatsortering belangrijk is."
Door de flinke groei in areaal is de tijd nu rijp om de rassenlijst te introduceren. Zo'n 10 jaar geleden lag het totaal areaal uien (inclusief plantuien) rond de 2.000 ha, 5 jaar geleden was dat al ruim 4.000 ha en nu is dat rond de 6.000 ha uien. Het aantal rassen dat meedoet aan de rassenlijst ligt op 19 rassen. De rassenlijst wordt mede gefinancierd door de Vlaamse overheid.
Meeldauw en trips
Op dit moment wordt op één locatie gestart, waar alle rassen voor de rassenlijst worden geteeld. Bodyn: "We hopen dat er in de toekomst ook nog een mogelijkheid komt om dit op een tweede locatie te gaan doen. De rassen worden ook opgevolgd voor gevoeligheid op meeldauw en trips. We gaan dit eerst 3 à 4 jaar monitoren en publiceren dan de resultaten hiervan. Ook als er geen aantoonbare verschillen zijn, wordt dit bekendgemaakt."
Bodyn en Dendauw besluiten: "We hebben een mooie nieuwe bewaarloods voor onze proeven en een mooie ruimte om de uien te beoordelen. Wij zijn er klaar voor om de proeven op professionele wijze te beoordelen en de Belgische uientelers van nuttige en betrouwbare informatie te voorzien om een juiste rassenkeuze te kunnen maken. Voor nu en in de toekomst!"
Bron: Uien magazine, De Groot en Slot