Uit een ledenpeiling van LTO Noord, uitgevoerd begin 2026 onder ruim duizend agrarische ondernemers, blijkt dat één op de vijf respondenten zich vaak of altijd zorgen maakt over de financiële toekomst en continuïteit van het bedrijf. Het gaat hierbij vooral om een sluimerende en structurele onzekerheid, waarbij de zorgen zich concentreren rond financierbaarheid, investeringsruimte en perspectief op de langere termijn.
Financiële zorgen richten zich op toekomst en investeringen
Hoewel slechts een klein deel van de agrariërs momenteel te maken heeft met acute financiële problemen, zoals bijzonder beheer of betalingsachterstanden, maakt een derde zich zorgen over de langere termijn. Bijna een kwart van de ondernemers geeft aan onvoldoende middelen te hebben om te investeren in de toekomst, en een aanzienlijk aantal maakt zich zorgen over de mogelijkheid om het bedrijf later financieel gezond over te dragen aan een opvolger. Veel leden melden bovendien eerdere periodes van financiële druk, zoals moeite met het betalen van zakelijke rekeningen of perioden van bijzonder beheer.
© LTO Noord
Jongere ondernemers onder grotere druk
De mate van financiële zorgen hangt sterk samen met de fase waarin het bedrijf zich bevindt. Jonge ondernemers die een bedrijf willen overnemen of midden in een overname zitten, ervaren de meeste druk. Zij geven vaker aan dat financiering moeilijk te regelen is, dat investeringen onder druk staan en dat de financiële toekomst onzeker voelt. Ook zijn problemen met betalingen of bijzonder beheer in deze groep vaker voorgekomen.
Impact op privéleven en sociale contacten
Financiële zorgen blijven niet beperkt tot het bedrijf zelf. Bijna zes op de tien agrariërs geven aan in de afgelopen vijf jaar mentale stress te hebben ervaren door de financiële situatie. Het dagelijks leven en sociale contacten worden eveneens beïnvloed: 44% meldt dat werk, gezin of huishouden heeft geleden onder financiële zorgen, en ruim een derde heeft minder deelgenomen aan sociale activiteiten vanwege deze stress.
Moeilijkheden met praten over financiële zorgen
Een op de vijf agrarische ondernemers bespreekt zijn financiële zorgen niet. Volgens de peiling zien zij het onderwerp vaak als privé of ongemakkelijk, en speelt de angst mee om minder serieus genomen te worden als ondernemer. Daarnaast noemen respondenten de kosten van hulp of advies, of het gebrek aan een gesprekspartner of duidelijk aanspreekpunt, als redenen om het onderwerp niet te delen.
Toekomstperspectief verschilt per sector
Hoewel een meerderheid van de agrariërs nog positief naar de financiële toekomst kijkt, verschilt dit sterk per sector. In de pluimvee- en kalverhouderij overheerst optimisme, terwijl in de melkveehouderij en akkerbouw een gematigd beeld geldt. Sectoren zoals fruitteelt, glastuinbouw en varkenshouderij laten een relatief groot aandeel sombere toekomstverwachtingen zien.
Financiële druk als onderdeel van ondernemerschap
Uit open antwoorden blijkt dat agrarische ondernemers financiële zorgen vaak relateren aan bredere uitdagingen van het ondernemerschap, zoals regelgeving, het ontbreken van een stabiel verdienmodel en starheid in financiering. Deze factoren beïnvloeden sterk hoe ondernemers hun financiële positie en toekomstperspectief ervaren.
Meindert Talma, bestuurder bij LTO Noord, stelt: "Boeren en tuinders werken elke dag voor Nederland: ze zorgen voor voedsel, voor groen en een leefbaar platteland. Het is dan ook van de zotte dat zoveel agrarisch ondernemers structurele financiële zorgen hebben." Helma Vermuë, eveneens LTO Noord-bestuurder, vult aan: "Deze peiling laat zien dat financiële zorgen bij boeren en tuinders vaak geen acute crisis zijn, maar een sluimerende onzekerheid die investeringen en toekomstkeuzes onder druk zet, juist ook bij jonge en startende ondernemers. Dan is er ruimte nodig om te kunnen bouwen aan nieuwe verdienmodellen én een financier die niet alleen toetst, maar ook in vertrouwen meedenkt over kansen, risico's en perspectief."
De resultaten van deze ledenpeiling gebruikt LTO Noord als onderbouwing in gesprekken met overheid en banken en bij het verder ontwikkelen van ondersteuning voor agrarische ondernemers.
Bron: LTO Noord