U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

App icon
FreshPublishers
Openen in de app
OPENEN

Hoge dekkingsgraad van de SIT helpt uienvliegdruk stabiel te houden

De uienvliegdruk laat in meerdere teeltregio's een stijgende trend zien. Deze ontwikkeling is zichtbaar in zowel traditionele hogedrukgebieden als in regio's waar de druk historisch lager ligt. Tegelijkertijd worden verschillen zichtbaar tussen gebieden met uiteenlopende dekkingsgraden van de Steriele Insecten Techniek (SIT), wat wijst op het belang van regionale deelname, beschrijft De Groene Vlieg.

© De Groene Vlieg

Dekkingsgraad en effectiviteit
Op basis van langdurige monitoring en trendanalyses blijkt dat de dekkingsgraad van SIT — het aandeel van het uienareaal waarop de techniek wordt toegepast — een belangrijke factor is in de effectiviteit. In het algemeen geldt dat een hogere dekkingsgraad samenhangt met een betere beheersing van de uienvliegpopulatie. Naast dekkingsgraad spelen ook factoren zoals teeltintensiteit, omgevingskenmerken, grondsoort en jaarlijkse weersinvloeden een rol. In regio's met een intensieve uienteelt wordt een hoge dekkingsgraad (circa 90% of meer) als belangrijk beschouwd.

Regionale verschillen zichtbaar in monitoring
Meerjarige monitoringsgegevens laten een onderscheid zien tussen regio's. In gebieden met een relatief hoge dekkingsgraad blijft de uienvliegdruk over meerdere jaren stabieler. In regio's met een middelhoge dekking is het beeld wisselender, met zowel stabilisatie als lichte stijgingen. In gebieden met een lagere dekkingsgraad is daarentegen vaker sprake van een duidelijke toename van de populatie.

Deze patronen suggereren een verband tussen de mate van deelname aan SIT en de ontwikkeling van de uienvliegdruk, al blijven lokale omstandigheden van invloed op de uiteindelijke situatie per gebied.

© De Groene Vlieg

Meerdere factoren achter toenemende druk
Volgens Marcel Boone spelen verschillende ontwikkelingen een rol bij de stijgende druk. "Chemische middelen verdwijnen steeds meer en zaadcoating is al jaren niet meer mogelijk. Daardoor zijn telers afhankelijker van SIT. Daarnaast worden er steeds meer uien geteeld, wat de populatieopbouw versnelt." Ook weersomstandigheden kunnen invloed hebben. "In sommige regio's leidde het warme najaar van 2025 tot een onverwacht hoge piek in de vangsten door een sterke derde vlucht."

Boone wijst daarnaast op verschillen in risicobeleving tussen regio's: "In lage drukgebieden denken telers soms dat het wel meevalt. Maar ook daar kan de druk snel oplopen als er niets gebeurt. En SIT werkt het beste als je het samen doet."

Collectieve aanpak als uitgangspunt
Ook Dinand Vis benadrukt het belang van gezamenlijke inzet. Hij verwijst naar het principe achter de techniek: "De methodiek van de Steriele Insecten Techniek, die wereldwijd wordt toegepast op meerdere plaaginsecten, is gebaseerd op het collectief onderdrukken van de populatie in een regio. Voor de uienvlieg geldt dat ook."

© De Groene Vlieg

Volgens Vis is SIT momenteel een van de beschikbare methoden voor grootschalige beheersing: "Chemie is geen optie meer. Met een hoge dekkingsgraad SIT kun je de uienvliegdruk actief beheersen en verlagen." Daarbij verwijst hij naar praktijkdata: "We hebben meerdere gebieden van hoge dekking met stabiele druk en lage dekking met stijgende druk."

Toename voorkomen vraagt tijdige inzet
De bevindingen uit monitoring en praktijkervaringen wijzen erop dat vroege en brede inzet van maatregelen van invloed kan zijn op de ontwikkeling van de uienvliegpopulatie op langere termijn. Wanneer de populatie meerdere jaren achtereen toeneemt, wordt beheersing complexer, ook bij inzet van SIT.

Daarnaast wordt gewezen op indirecte schade. Aantasting door uienvlieg kan leiden tot verzwakking van planten en verhoogde gevoeligheid voor secundaire aantastingen, zoals schimmels (bijvoorbeeld Fusarium), wat de uiteindelijke impact op opbrengst en kwaliteit kan vergroten.

Voor meer informatie:
De Groene Vlieg
0187 – 65 18 62
[email protected]
www.degroenevlieg.nl

Publicatiedatum:

Gerelateerde artikelen → Zie meer