Als je vorig jaar had rondgevraagd wat de uienmarkt qua prijs zou gaan doen, had vrijwel niemand voorspeld dat de gele uienmarkt van oogst 2024 nog zo'n opleving zou maken. In de tweede seizoenshelft bleek minder volume achter de planken te liggen dan verwacht, omdat veel uien al waren geëxporteerd in de eerste kwartalen van het exportseizoen.
De export gaat als een trein. "Het zijn uien hè, het blijft onvoorspelbaar", grapt Wim Waterman, directeur van uienverwerker Waterman Onions in Dronten, in het Uien magazine van De Groot en Slot. Al met al was 2024-2025 een bijzonder seizoen, waarbij de kwaliteit tegenviel na een kletsnat jaar. Bij telers en verwerkers zorgde dat voor de nodige uitdagingen.
© De Groot en Slot
Terugblik seizoen 2024
Het voorjaar van 2024 startte nat en laat, waardoor een deel van de zaaiuien pas begin mei kon worden gezaaid. Het groeiseizoen verliep nat en de schimmel valse meeldauw sloeg later hard toe, wat effect had op de nagroei. Daardoor werd de opbrengstpotentie op veel percelen niet gehaald. Het uienareaal groeide wel met circa 10 procent naar ruim 32.000 ha.
Doordat de prijzen in de aflandperiode laag startten, verliep de export vanaf het begin redelijk vlot, legt Waterman uit. "De verwachting was dat er veel uien van oogst 2024 kwamen en dat was ook zo. Het voordeel was dat de export de eerste maanden goed doorliep, mede door de lage prijzen. Door een lagere gele uienprijs en een gezonde vraag vindt mindere kwaliteit ook vlot een bestemming; zo is een groot deel naar Polen afgezet. Zodoende is er meer geëxporteerd dan we met z'n allen hadden verwacht."
Uien raakten op
Dat werd later in het exportseizoen duidelijk en dat keerpunt was goed zichtbaar, zegt Waterman. "Tot en met februari was de uienprijs vrij stabiel, maar vanaf maart zag je dat de prijzen steeds met 1 à 2 euro per week opliepen." In mei waren er nog maar weinig partijen zonder baas en werd er zelfs niet meer genoteerd vanwege het lage aantal transacties, vervolgt hij. "Daardoor hebben we enkele weken geen Nederlandse uien verpakt. Dat hebben we nog nooit meegemaakt en het gat werd opgevuld met importuien." Uiteindelijk werden de laatste gele uien voor 45 euro per 100 kilo en zelfs meer verkocht.
© De Groot en Slot
Gunstig prijsverloop
Wat ook bijdroeg, was het gunstige prijsverloop van vorig seizoen. Waterman: "De eerste maanden waren misschien wat saai, gelet op de noteringen. Maar iedereen heeft baat bij oplopende prijzen: telers, wij als verpakker, maar ook onze klanten. Als koper krijg je geen spijt van wat je hebt gekocht en ook het bewaren loont. Met in het achterhoofd dat de prijzen volgende week kunnen stijgen, wordt het makkelijker om te kopen in plaats van dat het moeizaam gaat. Dat geldt ook voor onze klanten. Wanneer de prijzen dalen, wordt men voorzichtig. Dat werkt averechts op de afzet."
Exportseizoen 2025-2026
In totaal is er in exportseizoen 2024-2025 1,24 miljoen ton uien geëxporteerd, het op één na beste seizoen ooit. Het seizoen 2025-2026 is enkele maanden onderweg en de teller staat al op ruim 833.000 ton uien in week 51. Dat is zo'n 88.000 ton meer dan in dezelfde weken van 2024-2025. Niet eerder liep de export in de eerste maanden zo goed. De hoge uitvoer komt door de goede vraag uit Afrika, maar het is afwachten hoe dat zich na de jaarwisseling vormt. Tevens is de landelijke uienopbrengst van 2025 hoger dan die van 2024.
Bacterierot neemt toe
Seizoen 2024 gaat de boeken in als een seizoen waarin de kwaliteit tegenviel en voor uitdagingen in de afzet zorgde. Ook het toepassen van MH was niet overal succesvol door valse meeldauw, met als gevolg dat partijen in de bewaring eerder schot vertoonden dan andere jaren. Een ander probleem was Fusarium- en bacterierot. Waterman uit zijn zorgen over bacterierot.
"We zien bacterierot veel meer dan vroeger. Het is eigenlijk nog maar een fenomeen van de laatste tien jaar, vinden wij. En de laatste vijf jaar in toenemende mate, met oogst 2024 als uitschieter." Bacterierot komt ook in oogst 2025 voor, maar minder dan vorig jaar. Fusarium steekt dit jaar meer de kop op. Hoe en waar bacterierot precies vandaan komt, weet Waterman niet.
© De Groot en Slot
Hij vermoedt dat weersextremen een rol spelen en dat gewasbeschermingsmiddelen die tegenwoordig niet meer zijn toegelaten mogelijk een neveneffect op bacteriën hadden. "Maar dat is gissen en onduidelijk. Wel zien we dat bacterierot eerder voorkomt als een ui is aangetast door fysische schade of bijvoorbeeld zonnebrand. Ook na forse regenbuien kan in een hangend gewas waarin bladoksels openstaan water blijven staan. Dat is samen met een hoge temperatuur gunstig voor bacteriën om toe te slaan. Daarom zie ik bij uien met een dikke hals meer bacterierot."
Funest voor de klant
Bacterierot kun je in het begin niet goed zien. Een aantasting komt vaak pas tot uiting in de bewaring. Bacterie sluipt binnen via de hals en kan aanvankelijk slechts één enkele rok aantasten, waarna later de hele ui volgt. "Dat betekent dat het pas zichtbaar kan worden als de ui al in het zakje bij de klant zit. Bacterierot is ook lastiger uit te sorteren dan bijvoorbeeld Fusarium. En als het zichtbaar wordt, ruik je het vaak ook. Daarom vind ik bacterierot erger dan 'droge tarra', zoals ik andere tarra wel noem, dat ruik je niet. Bovendien komen er ook nog eens vliegen op af. Dat is funest voor een klant. Op enkel een schimmel komen nauwelijks vliegen af. Het moet een rottingsproces zijn."
Bron: Uien magazine De Groot en Slot
Voor meer informatie:
Wim Waterman
Waterman Onions
Hannie Schaftweg 12
8304 AR Emmeloord
+31 (0)527 617 496
[email protected]
www.waterman-onions.nl