Vijf keer Joost aan het woord

Wat zijn de criteria voor de rassenkeuze?

Joost Delst
akkerbouwer in Zonnemaire

Op het bedrijf van de familie Delst in Zonnemaire op Schouwen-Duiveland wordt jaarlijks rond de twintig hectare zaaiuien geteeld. “Wij kiezen al jaren voor een ras met een hoge opbrengstpotentie dat we kunnen bewaren tot uiterlijk maart/april”, vertelt de 26-jarige Joost Delst. “We hebben door de jaren heen verschillende rassen geprobeerd, maar het ras Hybelle doet het op onze gronden prima. We hebben al diverse jaren goede opbrengsten met dit ras.”

“Hybelle geeft opbrengst en heeft een sterk wortelgestel”, vertelt Delst. “Dit hebben we ook nodig, omdat we niet kunnen beregenen. De uien verkopen we gespreid, vanaf oktober tot en met maart. We zitten dan gemiddeld op drie à vier procent tarra oplopend tot acht procent in maart. Ook in het afgelopen seizoen, waarin de opbrengsten door droogte en hitte tegenvielen, zien we dat Hybelle door het sterke wortelgestel nog een redelijke opbrengst geeft. Voor ons een ras dat prima bij ons past qua teelt en bewaring.”

Joost Lumens
akkerbouwer in Emmeloord

Joost Lumens heeft een akkerbouwbedrijf in de Noordoostpolder. Rondom Emmeloord teelt hij op verschillende van zijn kavels zo’n 35 hectare uien. “Als lange bewaarder, soms tot juli aan toe, heb ik bewust gekozen om alles in kisten te bewaren”, vertelt hij. “Dat is ook gemakkelijk voor de afzet. Vanaf februari bewaar ik alle uien op een lage temperatuur van twee à drie graden Celcius.”

Hij kiest ervoor om op deze kleigrond verschillende rassen neer te zetten. “Als gele ui heb ik met twintig hectare Summit een mooie ronde vroege ui met een dunne nek, die het op mijn kavels zeer goed doet. Dit ook omdat er, indien nodig, voldoende water aan te voeren is.” Daarnaast heeft Lumens ongeveer vijftien hectare Red Baron geteeld. “Een ‘gouwe ouwe’ ras met veel opbrengst en een sterk wortelgestel, dat ook zeer gewild is in de afzet”, zegt hij. “Wel jammer dat het ras laat is. Red Baron heeft veel groeidagen nodig en je moet de ui voldoende laten afrijpen.”

Joost Mangnus
akkerbouwer in Graauw

Joost Mangnus runt samen met zijn broer Paul een gangbaar akkerbouwbedrijf in Graauw, in het oosten van Zeeuws-Vlaanderen. Het bedrijf is gespecialiseerd in de teelt van uien. Er wordt jaarlijks rond de zeventig hectare gele en rode uien geteeld, verdeeld over zaaiuien, overwinteringsplantuien en voorjaarsplantuien. De bewaring vindt voornamelijk plaats in kisten met een mechanische koeling. Wekelijks sorteren de Zeeuwen uien voor afzet richting snijderij.

Voorheen vond de rassenkeuze altijd plaats op basis van eerdere ervaringen met rassen. Nu houden de broers nieuwe rassen in de gaten en als deze interessant zijn, wordt een proef gezaaid om te kijken hoe de uien het in hun bedrijf doen.

“Afgelopen jaar zijn er weer vier verschillende rassen gezaaid. Hierin waren nauwelijks verschillen te zien”, zegt hij. De opbrengsten vielen niet mee. “Na afgelopen teeltseizoen zijn we er wel van overtuigd dat goede grond en voldoende water belangrijker zijn dan rassenkeuze”, aldus Mangnus.

Joost van der Eijk
akkerbouwer in Dordrecht

Joost van der Eijk en zijn broer Jaap Willem runnen een akkerbouwbedrijf. Ze hebben een bedrijf met 105 hectare grond met aardappelen, granen, bieten en uien. Joost vertelt dat de uienteelt een steeds belangrijkere teelt op het bedrijf is geworden. “We telen tussen de 12 en 15 hectare zaaiuien per jaar, van de rassen Hypark en Hystore. Het belangrijkste argument om voor een bepaald ras te kiezen, is wat er onderaan de streep netto overblijft aan uien die betaald worden. Dus eerst de opbrengst, zonder tonnen kom je er niet.”

“De afzetstrategie is om over het algemeen niet erg laat te verkopen”, aldus de Zuid-Hollandse uienteler. “Vaak in november of vroeg in het nieuwe jaar. Als we geld kunnen verdienen, gaan ze weg. Geld bewaart beter dan uien!” De broers houden bij de rassenkeuze rekening met de grondsoort. “We hebben kleigrond die varieert van 25-55 procent afslibbaar. We moeten rassen hebben met sterke wortels en kloeke loofgroei, rassen die niet snel opgeven. Ook dit jaar hebben we met behulp van beregenen een mooie oogst.”

Joost Rijk
bedrijfsleider in Lelystad

Joost Rijk is bedrijfsleider op het biologische proefbedrijf van Wageningen Plant Research in Lelystad. Op het proefbedrijf wordt met een rotatie van één op acht uien geteeld, met acht hectare, vertelt de 25-jarige Rijk. “Omdat wij onze biologische uien vaak afland leveren, informeer ik in de winter bij verschillende afnemers welk ras de voorkeur heeft.”

“Hylander heeft vaak de voorkeur, omdat dit ras meeldauwresistent is en daarnaast ook nog een goede opbrengst geeft”, aldus Rijk. “Resistenties zijn zeker in de biologische teelt essentieel, daarom is Hylander een uitkomst. Dit jaar zijn de uien in kisten afgeleverd, deze staan nog bij de afnemer in de bewaring. Dat is ook een pluspunt van Hylander: je kunt ze goed bewaren.”

Dit jaar is op het proefbedrijf naast Hylander ook Redlander geteeld, de rode variant van Hylander. Rijk besluit: “Dit ras is erg goed bevallen. Hier zouden we in de toekomst wel meer van willen telen!”

Bron: De Groot en Slot


Publicatiedatum :


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© UienNieuws.nl 2019