De Groot en Slot blikt terug met eerste geïnterviewde teler van voorloper Uien magazine

"We hebben het allemaal beleefd en overleefd"

Leen Schelling werd als eerste teler geïnterviewd voor de voorloper van het huidige Uien magazine: de Ui-Ui krant. "Ik heb eigenlijk nog maar één wens: nog meer grond om uien te telen", luidt één van de laatste regels uit een artikel met geïnterviewde Leen, toen 45 jaar, uit 1976. Aan tafel bij De Groot en Slot vertelt de inmiddels 87-jarige Leen dat het toen een goed uienjaar was. Hij herinnert het zich nog als de dag van gisteren.


Leen Schelling in 1976

De Groot en Slot vond het artikel afgelopen jaar in het archief terug en wilde graag met Leen en zijn vrouw Lida terugblikken op de tijd waarin zij uien teelden in het Noord-Hollandse Oterleek. Oud-directeur Gerrit de Groot ging op onderzoek uit en spoorde Leen en zijn vrouw op. Een paar weken later vond een ontmoeting plaats op het kantoor in Broek op Langedijk.

Met de paplepel ingegoten
"Ik ben geboren op de boerderij en ben zo in het vak gerold", vertelt Leen. Nadat zijn vader een aantal jaar in de Beemster had gewoond, werd in 1931 de boerderij aan de Korte Molenweg in Oterleek gekocht. Dit bedrijf was 30 hectare groot. Door land bij te huren, kon 42 hectare worden beteeld met als hoofdteelten kool, pootaardappelen en uien. Lida, opgegroeid in Alkmaar en modeontwerpster van beroep, kwam, zoals ze het zelf zegt, als 'groentje' binnen. "Maar ik deed alles op de boerderij, ook trekker rijden."

Foto rechts: Leen Schelling

Leen en Lida kwamen in 1969 op de boerderij wonen, toen de vader van Leen een stap terug deed. Toch bleef zijn vader nog jaren betrokken bij de boerderij. Een aantal jaar later stonden Leen en Lida voor een keuze: uitbreiden of stoppen. Uiteindelijk besloten ze te stoppen, omdat het een moeilijke tijd was om te investeren. Ook hadden ze geen opvolging. Achteraf was dit misschien te vroeg, geeft het stel aan. Leen: "Ik heb me nooit verveeld op de boerderij, maar de vliegerij, de luchtvaart en het groot wegtransport stonden voor mij op de eerste plaats." Hij vertelt dat hij in de oorlogsjaren buiten op zijn rug lag om alle formaties bommenwerpers te tellen. Hij kende vele types. "Op een dag telde ik er 1.400. Later las ik in een ondergronds blaadje dat het Duitse Dresden was gebombardeerd."

In de jaren daarna haalde hij zijn vliegbrevet. Het vliegen was een jongensdroom die uitkwam. Als hij de kans kreeg om te vliegen, deed hij dat. Maar altijd pleziervluchten. Leen haalde op zijn 18e al een groot rijbewijs, want hij had van kinds af aan al interesse in groottransport. Na zijn carrière als boer ging hij aan de slag als chauffeur bij een transportbedrijf.

Uienras Grobol
"Vader Schelling teelde ook al uien," zegt Leen. Zo heeft het reclamebord van Grobol, het eerste zaadvaste uienras van De Groot en Slot dat in 1951 op de Nederlandse rassenlijst verscheen, in het uienperceel op de boerderij gestaan. Dit ras is later de basis geweest van alle Rijnsburgerselecties en hybriden. "Toen had je echter nog geen specifieke rassenkeuze, pas later kwamen er meerdere rassen naar voren", vertelt hij.

Gerrit de Groot geeft aan dat de hybridisatie van uienrassen opkwam in de jaren zeventig. In 1968 introduceerde De Groot en Slot het eerste hybride ras Hygro. In het artikel van 1976 werd over de hybriden geschreven: 'In verband met een bewuste spreiding van werkzaamheden naar de winter, zocht Leen een ras dat nog vaster in de huid zit en het minste kaal geeft. De hybriden boden uitkomst'.

Later werden op het bedrijf de rassen Hydeal, Hyduro en Hyper geteeld. Hier zaaide Leen eerst zo’n zes en later krap vijf kilo zaad per hectare van. Hij besloot minder te gaan zaaien, voor meer grofte. "Iedereen vond dat maar raar", lacht hij. Op een zaaimachine van twee meter breed werden de elementen verdeeld. "Ik kocht samen met een collega-teler als een van de eersten een uienrooier bij Rumptstad BV in Stad aan ’t Haringvliet. Hier gingen we mee op pad, zelfs naar de kop van Noord-Holland, om ook andere boeren er kennis mee te laten maken. Maar alles moest wel op precies 30 cm afstand zijn gezaaid, anders kwamen we het land niet op." Dat was uniek, want voor die tijd werd alles nog met de hand gedaan.

Een ui ruikt of een ui stinkt
Leen bewaarde zijn uien in een schuur met opslag van 170 ton. Het overschot werd afland geleverd. Over de verkoop van zijn uien vertelt de oud-uienteler dat de veilingperiode in Noord-Holland een mooie tijd was. Zo was er winterwerk en waren boeren met een paar mensen bezig de uien in kistjes af te leveren. "We hebben weleens vijf- of zesduizend kisten gehuurd van de Broekerveiling. Het land stond toen vol met vijf of zes kisten hoog, die we met de hand hadden vol geraapt. Er was veel wind, het gewas droogde goed, maar alles lag zo plat", vertelt Leen. Lida vervolgt dat er ook een jaar was waarin de handel op het erf kwam en er over driekwart cent werd gepraat. "Want vroeger handelde je met halve centen", zegt ze. "We vonden de prijs te laag en besloten nog even af te wachten. Later moesten er containers op het erf komen om de uien af te voeren."

"Ze zeiden niet voor niets altijd: een ui ruikt of een ui stinkt", vult Leen aan. De opbrengsten lagen tussen de 50 en 60 ton. Gerrit vertelt dat de kostprijs toen zo’n 6.000 gulden per hectare was, wat Leen bevestigt. Gemiddelde prijzen bestonden uit een dubbeltje per kilo. "Als er nu marktprijzen van 17 cent worden gegeven, dan was dat 37 cent in het guldentijdperk. Dat kreeg je vroeger echt niet tegen het einde van het seizoen", aldus Gerrit.


Gerrit de Groot (links) en Leen Schelling (rechts)

Meer grond voor uien
1975 en 1976 waren twee droge en warme jaren in Nederland. Dat Leen in deze droge jaren toch een goede opbrengst haalde, had hij te danken aan zijn beregeningsinstallatie. "Iedereen verklaarde me voor gek dat ik hiermee begon en ik heb me tóch met buizen gelopen! Maar ik had wel een normale opbrengst en dat was de bedoeling."

De prijzen waren in deze jaren goed en er werd door de meeste uientelers een goede omzet gedraaid. Vandaar de wens van Leen in 1976: "meer grond voor uien". Gerrit vertelt dat er prijzen tot een gulden werden betaald. "De uien gaan nooit meer voor de koeien”, werd er toen gezegd". Leen vervolgt: "Het jaar erop was een rampjaar. Alle boeren die nog nooit uien hadden gezien, werden ineens enthousiast."

Leen heeft ondanks dat er jaren met mindere marktprijzen volgden, veel plezier gehad in het telen van uien. Het gewas paste bij het bedrijf, maar het was arbeidsintensief. "Ik hield van nette en schone uien, dus daar ging veel werk in zitten. We hebben het allemaal beleefd en overleefd. En we hebben ons niet verveeld."

Bron: Uienmagazine van De Groot en Slot


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven