Van 2021 t/m 2025 wordt in Flevoland praktijkonderzoek gedaan om de hoeveelheid afspoeling in beeld te brengen en de effectiviteit en praktische toepasbaarheid van diverse maatregelen te onderzoeken. De tussentijdse resultaten over de eerste twee jaar tonen aan dat oppervlakkige afspoeling sterk verschilt per grondsoort. En welke maatregelen kunnen helpen om de afspoeling te verminderen. Het onderzoek wordt uitgevoerd met subsidie van de provincie Flevoland onder de vlag van het Actieplan Bodem en Water.

De uitvoering is in handen van CLM Onderzoek en Advies, Delphy en Delphy Improvement Centre in samenwerking met diverse akkerbouwers uit Flevoland. De verwachting is dat dit onderzoek handvatten biedt om de emissie van nutriënten en gewasbeschermings-middelen verder te verminderen. Waardoor het behalen van de KRW-doelstellingen en de doelen die gesteld zijn in de Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 weer een stap dichterbij komen.

Opzet van het onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd in ruggenteelt (aardappel en peen) op lichte zavel in de Noordoostpolder en op zware zavel in Oostelijk Flevoland. Er is gemeten aan vier verschillende maatregelen: het losmaken van de grond met een woeltand, het aanbrengen van reliëf tussen de ruggen met een wafeltjesrol, het verruwen van de ruggen, en het tussenzaaien van haver.

De maatregelen zijn aangelegd in zes herhalingen en vergeleken met een controleplot waarop geen maatregelen werden genomen. Zowel de effectiviteit als de praktische toepasbaarheid van de maatregelen is onderzocht. Op één locatie is niet alleen de hoeveelheid afgespoeld water onderzocht, maar ook de concentratie gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten in het afspoelende water. Daarnaast hebben onderzoekers gekeken naar het effect van deze maatregelen op de gewasopbrengst. Bovendien is het effect van een bezink- en infiltratiegreppel onderzocht.

Afspoeling verschilt sterk
Het verschil in afspoeling op lichte en zware zavel in Flevoland is groot. Gemiddeld spoelde er op lichte zavel tot 4,3% van de regenbui af, op zware zavel was dat tot 0,1%. Door de geringe hoeveelheid afspoeling hadden de maatregelen op zware zavel geen significant effect. Op lichte zavel kon de effectiviteit van maatregelen wel in beeld worden gebracht.

De lichte zavel in (een deel van) de Noordoostpolder heeft een hoog gehalte silt in combinatie met een laag gehalte aan lutum en organische stof waardoor aan de oppervlakte een harde korst wordt gevormd (slemp). De infiltratiecapaciteit van de bodem wordt beperkt door de voor deze bodems kenmerkende lage structuurstabiliteit en verslemping. Hierdoor ontstaat meer afspoeling op dit type gronden. Door deze specifieke kenmerken zijn de resultaten van dit onderzoek niet rechtstreeks te vertalen naar andere lichte zavelgronden.

Aanbrengen reliëf op lichte zavel effectief
Op lichte zavel was het aanbrengen van reliëf de meest effectieve maatregel om de hoeveelheid afspoelend water te beperken. Bij buien groter dan 14 mm spoelde er gemiddeld 75% minder water af ten opzichte van een stuk zonder reliëf. Bij lichte buien was geen betrouwbaar verschil te zien. Bij de andere maatregelen was er geen betrouwbaar verschil te zien in de hoeveelheid afgespoeld water.

Bezink- en infiltratiegreppel
Op zowel zware als lichte zavel is ook een proef gedaan met infiltratiegreppels. De infiltratiegreppels in het onderzoek waren 10 cm breed en 60 cm diep en lagen tussen het gewas en de kopakker. Op lichte zavel is de infiltratiegreppel tot 15 cm onder het maaiveld opgevuld met een mengsel van zand en organische stof, omdat deze anders instort en dit mengsel een goede infiltratiecapaciteit heeft in combinatie met bindend vermogen. Anders dan bij de eerdergenoemde maatregelen, zijn hier geen herhalingen gedaan. Op beide proefpercelen verminderden infiltratiegreppels de hoeveelheid afgespoeld water. Op zware zavel zorgde de infiltratiegreppel voor 50 tot 82% minder afspoeling. Op lichte zavel verminderde de infiltratiegreppel de afspoeling met 71 tot 98%. Bij sommige regenbuien werd het afspoelende water volledig opgevangen door de infiltratiegreppel, bij andere buien was er nog sprake van afspoeling naar de sloot. Het blijft daarom van belang om op afspoelingsgevoelige gronden zoals de lichte zavelgronden extra maatregelen te nemen om water vast te houden op het perceel.

Alleen haver tussenzaai had effect op gewasopbrengst
De maatregelen woeltand, wafeltjespatroon en verruiging van de rug hadden geen effect op de gewasstand, de opbrengst en de kwaliteit van het aardappel- en peengewas. De haver tussenzaai echter, concurreerde om stikstof met het aardappelgewas, waardoor de totale aardappelopbrengst bij deze maatregel lager was. Met een extra stikstofgift van 30kg N/ha kan dit voorkomen worden.

Uitbreiding onderzoek naar andere gewassen en grondsoorten
In 2021 en 2022 vond het onderzoek plaats in ruggenteelten in Flevoland, in peen en aardappel. Vanaf 2023 is het onderzoek uitgebreid naar andere grondsoorten en gewassen. Onderzoekers gaan in Flevoland ook meten aan afspoeling vanaf percelen met o.a. ui en witlof. Daarnaast wordt vanaf 2024 voor het eerst ook afspoelingsonderzoek gedaan in Drenthe en Noord-Groningen.

Voor meer informatie:
CLM Onderzoek en Advies
Gutenbergweg 1
4104 BA Culemborg
T 0345-470700
www.clm.nl