Kees Jacobs en Michiel van Mol:

"Voorkom tegenvallers bij start uienteelt”

In de periode van zaaien tot opkomst liggen bij uienteelt diverse risico’s op de loer. Uienexperts Kees Jacobs en Michiel van Mol bespreken wat je wel en niet moet doen om een vlotte en egale opkomst te krijgen. Want daar ligt de basis voor een hoge opbrengst van goede kwaliteit. “De ui moet in 1 keer door kunnen.”

“De zaadverkopen blijven bij ons redelijk op niveau, misschien zelfs met een klein plusje, maar wij zien en horen ook wel dat telers nog twijfelen of ze uien zullen zaaien en hoeveel.” Volgens de Syngenta uienexperts zijn er naast de stijgende kosten en dreigende problemen bij de ziektebestrijding ook nog wel een paar lichtpuntjes te vinden. Jacobs: “Met de huidige onrust in de wereld wordt voedsel belangrijker. En in Polen wordt een krimp van 50% verwacht bij de groentegewassen, inclusief de uien.” Continuïteit in de teelt is het beste, denkt Van Mol: “Ben je uienteler, blijf dan uienteler. Heb vertrouwen in de markt en hou vast aan de teeltmaatregelen waarvan de effectiviteit vaststaat.”

Koude en natte ondergrond
Geduld hebben is misschien wel de belangrijkste teeltmaatregel aan het begin van het seizoen volgens Jacobs. “Het heeft de laatste tijd flink gedroogd, maar pas op. De structuur is fragiel doordat we weinig vorst hadden en onderin is de grond vaak nog nat, zeker op de klei. Dat betekent weinig draagkracht en dus kans op verdichting. En de grond is op veel plaatsen ook nog te koud. Voor een vlotte kieming en opkomst is een bodemtemperatuur van minimaal 10 graden nodig.” Van Mol vervolgt: “Als de grond te koud is, is het kiemplantje langer onderweg. En dat geeft de bonenvlieg meer kans om toe te slaan.” Een beetje langer wachten op koude gronden is ook geen probleem, vindt hij: “Zulke grond levert vaak voldoende vocht na. Dus als je wacht op de juiste bodemtemperatuur, kan het zaadje daarna vlot  verder.”

Spelen met zaaidichtheid
De optimale zaaidiepte ligt volgens de uienexperts op 2 cm, maar zo’n dun laagje losse grond is in de praktijk lastig te realiseren, weten ze. “Dat lukt meestal alleen als je direct na het ploegen of in de winter al een voorbewerking hebt gedaan. Maar als je 3 cm diep zaait komt het normaal gesproken ook wel goed, als het zaad maar op de vaste grond ligt.” Bij twijfel over de aansluiting met de ondergrond is rollen te overwegen. “Maar doe dat dan wel zo snel mogelijk na het zaaien.”

Een onregelmatige opkomst of een te dunne stand geeft meer risico’s op kwaliteitsproblemen in het eindproduct, bezweert Jacobs. “Dat heb je afgelopen seizoen helaas op veel plekken kunnen zien. Dikhalzen en bouten zijn het gevolg. Daarom adviseren wij altijd minimaal 3,6 eenheden per hectare. Dan ben je ingedekt voor een beetje uitval, want dat is er altijd. En als de omstandigheden matig zijn, zaai dan iets meer. In de teelt van wintertarwe is dat heel normaal, maar bij de uien zie ik het nog te weinig.”

Genoeg kali belangrijk
Bij de bemesting spelen niet alleen problemen met de hoge prijzen maar ook met de beschikbaarheid. “Ik ken telers die nog zitten te wachten op hun kali-60”, vertelt van Mol. Die kunnen nu beter even wachten tot de plantjes goed boven staan. Anders krijg je zoutschade.” Over de gift zijn de uienexperts duidelijk: “Een ui moet minstens zo veel kali krijgen als een aardappel. Dus zeker 250 kilo zuiver. Het mineraal is belangrijk voor een goede hardheid en bij het overbruggen van droge periodes.” Jacobs en Van Mol waarschuwen voor een te ruime stikstofgift. “Dat kan nadelig uitpakken voor de huidvastheid. Hou het bij vlotgroeiende rassen op maximaal 150 kilo; bij trager groeiende rassen kan er nog 20 kilo bij.” Wie ruimte heeft kan een fosfaat startgift overwegen. “Denk dan aan 50 kilo breedwerpig of 10 a 12 kilo in de rij.” Voor N en K adviseren de uienexperts om de gift in 2 of 3 delen te geven.”

Korst kraken
Of het dit seizoen gaat gebeuren weet niemand, maar ook korstvorming kan een vlotte opkomst in de weg staan. “De mooiste oplossing is dan beregenen, liefst met een fijne nozzle”, stelt Jacobs. “Als dat niet lukt kun je proberen de korst te kraken. Daar zijn de afgelopen jaren allerlei oplossingen voor bedacht. Het is belangrijk dat de grond in kleine scholletjes breekt. En wacht er niet te lang mee.” Voor dat laatste heeft hij nog wel een tip. “De truc met de glasplaat werkt nog steeds prima. De uien eronder komen iets eerder doordat het er warmer en vochtiger is. Dat geeft je mooi houvast voor het moment van afbranden of korstbreken.”

Voor meer informatie:
Kees Jacobs
T +31 (0)6 57 312 075
kees.jacobs@syngenta.com 
Michiel van Mol
T +31 (0)6 57 570 352
michiel.van_mol@syngenta.com 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven