Afgelopen jaar zijn er weer mooie inzichten opgedaan in manieren van anders telen van gewassen in Zuid-Limburg. Er is daarbij ingezet op meer vasthouden van water en verbetering van waterkwaliteit en biodiversiteit. Wageningen University and Research heeft op de Proefboerderij Wijnandsrade diverse proeven uitgevoerd met als doel meer kennis over de effecten te vergaren en deze kennis te verspreiden onder agrariërs in het gebied. Er zijn diverse praktijkdemonstraties uitgevoerd bij agrariërs in Zuid-Limburg, waarbij ook veldbijeenkomsten zijn georganiseerd, schrijft LLTB.
De proeven hebben diverse resultaten opgeleverd die nuttig zijn voor agrariërs in de afwegingen om meer water te kunnen vasthouden en uitspoeling van waardevolle meststoffen te voorkomen op landbouwpercelen. Zo zijn er metingen uitgevoerd naar het effect van graanstroken in de uienteelt, het verhogen van organische stof op lössgrond en zijn er diverse manieren van graslandverkleining zonder glyfosaat vergeleken.
Organische stof proef
Er is onderzoek gedaan hoe het toevoegen van organische stof (OS) de infiltratie van water in specifiek lössbodems in Zuid-Limburg kan verbeteren en wat het effect is op enerzijds waterkwantiteit en anderzijds waterkwaliteit. Hieruit is naar voren gekomen dat organische stof met name de structuur (opbouw/variatie) van de bodem verbetert, waardoor water beter kan infiltreren en kan worden vastgehouden. Verder blijkt dat vooral in jaren met weersextremen, hele natte of hele droge jaren, de extra organische stof ook voordelen voor de opbrengst kan geven. Aandachtspunten zijn dat een te grote aanvoer van organische stof middels bijvoorbeeld compost kan leiden tot meer uitspoeling van nutriënten. De gemeten waarden bleven bij alle objecten wel onder de landelijke norm. Verder bleek dat om het OS-gehalte 1% (van pakweg 2,5% naar 3,5%) in de toplaag van 15 cm te laten stijgen, een langdurige aanvoer noodzakelijk is van ongeveer 10 jaar. Een positief effect van organische stofaanvoer was dat de bodembiologie een stuk hoger scoorde.
Graanstroken in uienteelt
Een andere proef waarin metingen zijn verricht, betreft graanstroken in de zaaisporen van de uienbedden. Deze maatregel die telers uit de regio zelf aangedragen hebben, zorgt voor een extra bedekking van de bodem van ongeveer 15%, waarbij dit met name op het meest risicovolle moment van de teelt zorgt voor een extra verruwing van het perceel, waardoor de kans op waterafstroming wordt verkleind. Uit de metingen bleek dat na een zware (kunstmatige) bui het overgrote deel infiltreerde en dat er ongeveer 30% reductie gehaald kan worden. Afgelopen jaar bleek wel dat er een licht negatief effect was op de opbrengst. Dit jaar wordt de proef herhaald en ook bekeken hoe de concurrentie door het graan beperkt kan worden.
Verkleining gras en groenbemester
De laatste proef die aangelegd is, was gericht op verkleining van grasland of grasgroenbemesters zonder gebruik van glyfosaat, waarbij diverse mechanische strategieën vergeleken zijn. Door het zeer droge voorjaar werd door alle aanpakken een goed resultaat bereikt en werd nauwelijks hergroei van het gras geconstateerd. Ook deze proef wordt dit jaar herhaald.
Naast de inhoudelijke resultaten die de proeven hebben opgeleverd, zijn er ook diverse bijeenkomsten georganiseerd waarbij tussenresultaten besproken zijn met telers en er ruimte was voor discussie en het leren van ervaringen van elkaar. Waterafstroming en ongewenst verlies van nutriënten naar het water stonden daarbij centraal.
Waardevol
Peter van Dijck, LLTB-bestuurslid: "Voor agrariërs is dit waardevol, omdat de proeven concrete inzichten opleveren voor de bedrijfsvoering. Het gaat niet om theorie alleen, maar om maatregelen die in de praktijk toepasbaar zijn en kunnen helpen om water beter vast te houden, nutriëntenverliezen te beperken en percelen weerbaarder te maken. Uiteindelijk krijgt dit pas echt betekenis als ondernemers ermee aan de slag gaan op hun eigen percelen en in hun eigen bedrijfsvoering."
Resultaten
Josette Van Wersch, bestuurder Waterschap Limburg: "Deze resultaten laten zien dat samenwerking in het Heuvelland echt werkt. Door kennis van agrariërs, onderzoekers en overheden te bundelen, zetten we concrete stappen naar een watersysteem dat beter bestand is tegen extreme neerslag én droogte. Dat is niet alleen belangrijk voor de landbouw, maar voor de hele leefomgeving in Zuid-Limburg."
Michael Theuns, gedeputeerde Provincie Limburg: "Het is mooi dat boeren, onderzoekers en partners samen zorgen voor een sterker watersysteem in Zuid-Limburg. Deze resultaten tonen aan dat er met vrijwillige maatregelen nu al veel bereikt wordt. Door kennis te delen en de praktijk te verbinden aan onze gezamenlijke doelen, werken we aan een toekomstbestendig landschap waar water, bodem en wonen in balans zijn."
Voortzetting 2026
Ook komend jaar worden er weer diverse proeven aangelegd om de bestaande kennis verder uit te breiden. De proeven zijn samen met een ondernemersgroep uit de regio bepaald. Daarnaast is er komend teeltseizoen weer veel aandacht om resultaten en tussenresultaten met agrariërs in Zuid-Limburg te bekijken. Dit gebeurt door flitsbezoeken in het veld en andere bijeenkomsten te organiseren.
Zo wordt er komend jaar o.a. gekeken naar:
- Praktische inpassing van alternatieven voor graanstroken in de uienteelt;
- De verrijking van drijfmest tot gefermenteerde mest;
- Verkleiningsmogelijkheden van grasland in een rotatiesysteem tussen akkerbouw en veehouderij;
- De inzet van satellietdata en bodemscans als aanvulling op het vaststellen van risicoplekken in het perceel;
- Verkenning van het gebruik van biostimulanten voor het verminderen van het risico op nitraatuitspoeling in de aardappelteelt.
Het laatste onderzoeksthema, gericht op biostimulanten, is nieuw binnen Propositie Heuvelland. Biostimulanten kunnen worden omschreven als stoffen die de plantenvoedingsprocessen stimuleren, onafhankelijk van het nutriëntengehalte van het product, met als enig doel het gebruik van nutriënten door de plant efficiënter te maken, de tolerantie voor abiotische stress en de kwaliteitskenmerken te verbeteren, of de beschikbaarheid van in de bodem vastgehouden nutriënten te vergroten. Om inzicht te krijgen of biostimulanten bijdragen aan de oplossingsrichtingen van Propositie Heuvelland, met name stikstofefficiëntie, wordt dit in het onderzoekstraject verkend.
Bron: LLTB