Kwaliteit in de knel

Hoe bodemgebonden ziekten, nieuwe teeltgebieden en klimatologische veranderingen de uienteelt voor uitdagingen stellen

De Hollandse ui is qua volume met bruto ruim 1,3 miljoen ton teelt en gemiddeld per seizoen ruim 1 miljoen ton export veruit het grootste product van de Nederlandse groentensector, geeft Holland Onion Association aan. Daarbij is er mondiaal door de groeiende wereldbevolking jaarlijks 800.000 ton uien extra nodig. Volop kansen voor de uiensector dus. Maar is uitbreiding van de teelt qua areaal mogelijk? Het vakblad Primeur dat afgelopen week verscheen, maakt de balans op.


Aantasting stengelaal

Traditioneel vindt de uienteelt grotendeels plaats in Zuidwest Nederland en Flevoland. Hoewel het Zuidwesten een belangrijk gebied voor uienteelt en uienverwerking blijft – ongeveer 80 procent van de uienverwerking vindt in Zeeland plaats – is uitbreiding lastig, vertelt Luc Remijn, Adviseur Akkerbouw bij Delphy en accountmanager bij UIKC. “In de oude teeltgebieden – Flevoland en Zuidwest Nederland – hebben altijd uien gegroeid en het herhalen van een teelt geeft altijd een grotere kans op bodem gebonden ziekten.” Bodem gebonden ziekten als witrot, fusarium en in mindere mate stengelaaltjes kunnen een rol spelen als er al meerdere jaren uien geteeld worden op een bepaald perceel. Luc geeft aan dat bij voorkeur slechts eenmaal per acht jaar hetzelfde perceel voor uienteelt gebruikt wordt ter voorkoming van ziekten. In de praktijk blijkt dit vaak korter (bijvoorbeeld eenmaal per zes jaar) te zijn.


Witrot

Verse grond
Als een perceel eenmaal besmet is doordat er in het verleden al veel uienteelt is geweest, is dat perceel afhankelijk van de ziekte minder of niet meer geschikt voor uienteelt. “Langzaam krijgen we daar meer mee te maken omdat er in de ‘oude’ uiengebieden weinig verse uiengrond meer is.” Luc geeft aan dat verse grond in ‘ nieuwe’ gebieden - bijvoorbeeld Groningen, Friesland, Noord-Brabant of Limburg – nog wel voorhanden is. “Daar kun je best wel lang mee doen want als je een op zes of een op acht uien teelt, dan kun je wel zes tot zeven keer uien telen, mits er geen insleep van ziekten uit besmette gebieden is en dan ben je zo een generatie verder. Echter in de ‘jonge’ gebieden zijn er ook bedreigingen zoals insecten. Wortelduizendpoot, springstaarten, ritnaalden enzovoort zijn daar belangrijke bedreigingen in de teelt.”


Fusarium

Overigens wordt gewerkt aan mogelijkheden om de bodem gebonden ziekten in uien te bestrijden. Voor Fusarium zijn er nieuwe uienrassen die kansen bieden. “Er zijn wel wat rassen, maar daar moet nog heel veel ontwikkeling in plaats vinden,” meldt Luc. “Daar zie je dat er richting de toekomst veel geld en moeite in wordt gestoken.” Voor de bestrijding van stengelaaltjes wordt gekeken naar chemische middelen. “In de toekomst verwachten wij wel de toelating van een middel waardoor dit getackeld kan worden.” Maar ook andere mogelijke oplossingen worden onderzocht. Zo zou inundatie van een perceel mogelijk kunnen bijdragen aan het tegengaan van stengelaaltjes. Ondanks het onderzoek dat naar de bestrijding van witrot plaats vindt, is er op dat gebied weinig vooruitgang en valt de ziekte eigenlijk niet tegen te gaan. Toch verwacht Luc niet dat de uienteelt zomaar uit het Zuidwesten zal verdwijnen. “Echter er moet dan wel een rendement blijven bestaan Daarom is onderzoek naar de mogelijkheden om dit te verbeteren belangrijk.”


Stengelaal

Robuuste rassen
Ook Kees Jacobs, gewasadviseur bij Syngenta, geeft aan dat er wel mogelijkheden zijn om de grondgebonden ziekten in ui te bestrijden, maar dat dit – tenzij er moderne veredelingstechnieken zouden kunnen worden toegepast om een en ander te versnellen – een heel langzaam traject is. Hij ziet dat vooral witrot erg lastig te bestrijden is en dat het voor stengelaal zo goed als onmogelijk is om een oplossing via veredeling te bieden.


Fusarium

“Maar aan fusarium hebben we voorlopig voldoende uitdaging,” constateert Kees. Zijn verwachting is dat Syngenta binnen 10 jaar een ras dat resistent is voor fusarium op de markt kan brengen. Het antwoord, dat momenteel geboden kan worden, zijn de robuuste rassen met sterkere worteling die beter met stress en tegenslagen kunnen omgaan, waardoor de ui iets minder vatbaar is voor onder andere fusarium. “Het is een eerste stapje. Een volgende stap is resistentie.” De bodemgebonden ziekten zijn overigens niet de enige uitdaging, geeft Kees aan. Zo werkt Syngenta op dit moment aan de ontwikkeling van een aantal rassen dat resistent is tegen valse meeldauw. “De eerste verwachten we binnen drie jaar te kunnen introduceren.”


Kees Jacobs in een uienveld; rechts het ras Promotion met een sterk wortelgestel

Maximaal areaal
Kees signaleert dat voor de teelt in ‘nieuwe’ gebieden andere rassen nodig zijn. Zo is er in Noord Nederland door kortere dagen minder daglicht. “Neem Zeeuws Vlaanderen of Groningen, het scheelt een half uur dat het ’s avonds in Groningen eerder donker is.” Hierdoor valt de teelt van late uienrassen in het Noorden af. En ook de grondsoort is belangrijk geeft Kees aan. “Traditionele gebieden zijn klei en we gaan nu steeds meer uien telen op zand en dat vraagt andere rassen die het op zand beter doen.” Syngenta komt met het nieuwe ras Promotion dat sterker geworteld is en ook geschikt is voor teelt op zandgronden.


Fusarium

Qua Nederlands uienareaal denkt hij dat de grenzen ongeveer bereikt zijn. “Op korte termijn kun je alles vol zaaien met uien maar dan verziek je zelf je bodemgezondheid. We moeten op de lange termijn denken en de bodem zo gezond mogelijk proberen te houden.” Hij constateert dat in Nederland zo’n 35.000 ha zaai- en plantuien worden geteeld. Bij een teelt van een op zes is dan een totaal areaal van ruim 200.000 hectare nodig. “Op Nederland is dat fors aan uiengeschikte gronden.”


Proefveld Syngenta

Kwaliteitsproblemen
Ook de uienverwerkende bedrijven – vooral gevestigd in Zuid-Beveland – merken de invloed van de bodemgebonden ziekten in de uienteelt in de traditionele gebieden en zijn in toenemende mate gericht op het Noorden van Nederland. Een Zeeuwse uiensorteerder merkt dat er nu in Zeeland een categorie telers is die er de brui aan geeft omdat de uienteelt niet voldoende oplevert. “Dat heeft overigens niet alleen met de kwaliteit te maken, maar ook met het probleem van de droogte, het niet kunnen beregenen, brak of zout grondwater en veel te weinig kilo’s telen. Daarbij komt dan nog dat hetgeen er groeit minder van kwaliteit is.” Hij geeft aan dat dit speelt in alle regio’s waar al langere tijd intensief uien geteeld worden.

Toch biedt verschuiving van teelt naar andere gebieden niet altijd de gemakkelijke oplossing. De nieuwe gebieden kennen zo hun eigen uitdagingen in de uienteelt. “Zandgrond geeft een ander groeiproces. Men zoekt naar rassen die sterker zijn en beter geschikt voor zandgronden.” De uiensorteerder noemt het groeien van minder huiden en snelle groei door beregening op zandgronden als voorbeelden van kwaliteitsproblemen die kunnen ontstaan.

Een cent meer
De uieninkoper observeert dat het uienareaal zich nog ieder jaar uitbreidt en ziet in Groningen, Friesland en de Wieringermeer nog wel mogelijkheden voor verdere groei van het areaal. “Daar zijn nog percelen beschikbaar die de afgelopen 10 jaar niet of misschien nog nooit voor de uienteelt zijn gebruikt.” Hij geeft aan dat door de uien uit Noord-Nederland te betrekken, de kostprijs met minimaal een cent stijgt. “Wij zijn van mening dat je beter een cent meer kunt betalen voor een goede kwaliteit.” Wel is het zo dat doordat de marges klein zijn, de extra kosten een grote impact kunnen hebben. “Stel dat je twee cent winst hebt, dan scheelt die ene cent 50 procent.”


De Groot en Slot heeft uien voor alle grondsoorten, zoals hier in Drenthe

Ziektedruk of marktwerking
“Nederland is een innovatief land op agrarisch gebied,” observeert Bas van den Hemel, Manager Veredeling bij De Groot en Slot B.V. “Daardoor proberen telers dingen uit en worden en nu uien geteeld in gebieden waarvan we voorheen dachten dat het niet mogelijk was.” In de gepubliceerde landbouwtelling van afgelopen juni staat dat het uienareaal dit jaar rond de zeven procent is gestegen. Bas denkt dat de marktwerking maar zeker ook de ziektedruk een rol zal spelen in de toekomstige uitbreiding of krimp van het uienareaal. “Soms is een een alternatief nodig als uienteelt door bodemgebonden ziekten niet meer mogelijk is. En die alternatieven worden door het beschikbare land eerder minder dan meer.” Door teelt in andere gebieden dan de traditionele uiengebieden, zijn er ook andere rassen nodig. De Groot en Slot speelt hierop in door zich – naast een hogere opbrengst per hectare - te richten op aspecten als een zwaarder wortelgestel, huidvastheid, hardheid of bewaarbaarheid bij het ontwikkelen van uienrassen. “De afgelopen tien jaar hebben we voor alle grondsoorten wel een geschikt ras ontwikkeld,” aldus Bas.


....en ondersteunt telers met uienrassen die beter bestand zijn tegen bodemgebonden ziekten zoals witrot en fusarium

Speciale aandacht heeft de veredelaar voor bodemgebonden schimmels. “We zien dat het een steeds groter probleem is.” Bas signaleert dat witrot – vooral in de traditionele uiengebieden - en fusarium – door heel Nederland - de bodemschimmels zijn die het meeste voorkomen en de meeste problemen veroorzaken. Bas geeft aan dat De Groot en Slot druk doende is om uienrassen op de markt te brengen die minder vatbaar zijn voor en mogelijk zelfs resistent tegen deze schimmels. Al verwacht hij niet dat een absolute resistentie makkelijk te realiseren zal zijn. “Wat we moeten organiseren is dat het ras de schimmel kan weerstaan, zonder dat de kwaliteit of productiviteit van het ras vermindert.”


Witrot

Beter bestand
“We proberen via allerlei wegen –zowel klassieke veredelingsmethoden als met merkertechnologie - om ervoor te zorgen dat we onze nieuwe rassen resistenter kunnen krijgen.” Zo zoekt de veredelaar bijvoorbeeld in wilde allium (ui) beschermende factoren tegen zowel fusarium als witrot en probeert deze op de klassieke manier terug te kruisen in de reguliere uienrassen. “Dat is een lange weg. Omdat een ui een tweejarig gewas is, kunnen we pas na twee jaar – als er een nieuwe generatie is- beoordelen of de bescherming tegen de schimmels ook daadwerkelijk aanwezig is.” Nieuwe kruisingen worden onder andere getest in velden waar de fusariumdruk erg hoog is om de zien of goede rassen kunnen worden geselecteerd. “We doen er alles aan om de teler zo goed mogelijk te ondersteunen in rassen die beter bestand zijn tegen de bodemgebonden ziekten,” besluit Bas.

l.remijn@delpy.nl
Kees.jacobs@syngenta.com
b.vandenhemel@degrootenslot.nl

In het Vakblad Primeur meer aandacht voor het nieuwe uienseizoen. Klik hier om je te abonneren.


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© UienNieuws.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven